Naar de hoofdinhoud
richtlijnen

Omschrijving en technische specificatie speelelementen

Aankomst

Ingang

De entree is de eerste ervaring van de bezoeker met de speelplek. Het is van belang dat de ingang de bezoeker meteen het gevoel geeft welkom te zijn. Dit verlaagt de drempel om binnen te stappen. Ook is het fijn als de entree direct helder maakt wat je kunt verwachten van de speelplek. Kortom, de ingang van een speelplek moet voor iedereen vindbaar, toegankelijk, veilig én uitnodigend zijn.

De brede en kleurrijke in/uitgang van 't Kwekkeltje
De brede en kleurrijke in/uitgang van 't Kwekkeltje

Vindbaar

  • Zorg voor bewegwijzering in de wijk naar de speelplek toe.

  • Zorg ook voor een route voor mensen met een visuele beperking. Bepaal deze route samen met volwassenen en kinderen met een visuele beperking.

  • Vul een natuurlijke gidslijn indien nodig aan met een (kunstmatige) geleidelijn.

  • Voor “Gidslijnen” zie richtlijnen vanuit de dichtstbijzijnde bushalte en/of andere centrale plek in de buurt (winkelcentrum, station, school, bibliotheek, zwembad etc.) tot aan de ingang van de speelplek.

  • Maak de ingang goed zichtbaar: gebruik minstens één kleur die goed contrasteert met de omgeving: wit – geel - fluorescerende kleuren. Meer over contrast download de app ZIEN van Bartiméus.

Toegankelijk

  • Maak de looproute minstens 1400mm breed. Bij vernauwingen door bijvoorbeeld een bloembak moet de doorgang altijd minstens 900mm zijn.

  • Zorg voor een brede ingang van minstens 900mm.

  • Zie voor meer informatie over paden en hoogteverschillen: >Zie ook: hoofdpad en zijpaden.

  • Maak liever geen drempel. Een drempel tot 20mm is mogelijk. Is de drempel hoger dan 20mm dan is een drempelhulp nodig. Bij meer dan één trede (trap) is een lift nodig.

  • Een eventuele balie moet op kinder-rolstoelhoogte: 750mm.

  • Is er een deur of toegangshek met een dranger (automatisch in het slot), zorg dan dat de openingskracht niet groter is dan 15 Newton ofwel 1,5 kg.

Veilig

  • Maak bij voorkeur één in/uitgang. Zo hoeven ouders/begeleiders maar één uitgang in het oog te houden.

  • Voorzie de in/uitgang van een door ouders/begeleiders afsluitbare poort of deur die niet gemakkelijk te openen is door jonge kinderen.

  • Zorg zo mogelijk voor toezicht bij de in/uitgang.

Uitnodigend

  • Ontwerp een ingang die past bij de sfeer van de speelplek. Bijvoorbeeld met vrolijke kleuren of natuurlijk met takken. Als iedereen maar meteen weet dat het een speelplek voor iedereen is.

Afweging: veiligheid kinderen versus toegankelijkheid voor iedereen

De bediening van een afsluitbare poort of deur moet ook te doen zijn voor volwassenen/begeleiders met een beperkte handfunctie, al dan niet vanuit een rolstoel. Hierdoor is de afsluitbare poort of deur echter ook makkelijker door kinderen te openen.

Omheining

Sommige kinderen hebben de neiging weg te lopen. Ouders/begeleiders moeten hun kind voortdurend in de gaten houden. Voor deze ouders is het fijn als de speelplek helemaal omheind is en maar één in/uitgang heeft die afgesloten is met een poort.

Wat is het doel?

  • Een omheining kan bedoeld zijn om bezoekers binnen te houden, maar ook om ongewenste bezoekers buiten te houden.

  • Een omheining om ongewenste bezoekers buiten te houden is meestal ook geschikt om bezoekers binnen te houden. Omgekeerd is dat niet altijd het geval.

  • Een omheining kan ook nodig zijn om kinderen te beletten de straat op te lopen of het water in.

Vorm

  • Neem de omheining mee in het ontwerp en de sfeer van de speelplek. Probeer een hokkerig en tralie-effect te voorkomen. Laat de omheining zo veel mogelijk begroeien met klimplanten.

  • Zorg dat de omheining niet beklimbaar is.

  • Kies bij een omheining om kinderen binnen te houden een omheining hoger dan 1300mm.

  • Als het niet mogelijk is de hele speelplek te omheinen, bekijk dan of het mogelijk is een deel van de speelplek te omheinen. Bijvoorbeeld het deel voor de jongere kinderen of het deel met water.

Omheining en poort natuurspeeltuin Ettegerpark
Omheining en poort natuurspeeltuin Ettegerpark

Hoogte van omheiningen en doorkijkjes

  • Kies bij een omheining om bezoekers binnen te houden een passende hoogte. Maatgevend zijn daarbij oudere – en dus langere – kinderen met een verstandelijke beperking. Soms is een laag hegje genoeg.

Verhoging speelwaarde

  • Begroeiing met klimplanten.

  • Gebruik van natuurlijke materialen als wilgentenen.

  • Kijkgaten en doorkijkjes op verschillende hoogtes.

  • (Verschillende) kleuren.

  • Speelse vorm.

  • Muurschilderingen.

Afweging: veiligheid versus vrijheid

  • Veiligheid voor de één kan inperking van vrijheid betekenen voor de ander. Een hek om een speelplek kan het effect hebben dat ouders/begeleiders vinden dat kinderen alleen op een speelplek mogen spelen en niet daarbuiten. Daarmee perkt het hek de bewegingsvrijheid van kinderen die buiten de speelplek willen spelen dus in.

  • Kijkgaten kunnen een omheining speelwaarde geven. Maar ze kunnen andersom ook ruimte bieden aan ongewenste blikken van buiten de speelplek. En ze kunnen ook houvast bieden aan potentiële klimmers.

Parkeren van fietsen

Elke bezoeker moet zijn/haar (aangepaste) fiets kunnen stallen. Geparkeerde fietsen mogen geen obstakel zijn voor andere bezoekers. Een bezoeker in een rolstoel kan een geparkeerde fiets niet even opzij zetten. Een bezoeker met een visuele beperking kan struikelen over een geparkeerde fiets.

Fietsparkeerborden: links regulier parkeren, rechts fietsoplaadpunt
Links: fiets parkeren E8F, rechts: fietsoplaadpunt

Locatie

  • Plaats de fietsenstalling als het kan buiten de speelplek. Kan dit niet, plaats de stalling dan direct bij de ingang en zorg dat de geparkeerde fietsen de doorgang niet blokkeren.

Omvang en inrichting

  • Zorg dat de fietsenstalling ruim genoeg is zodat ook (rolstoel)bakfietsen, fietsen met aanhangers, tandems en duofietsen goed gestald kunnen worden.

  • Steeds meer mensen maken gebruik van een elektrische fiets. Een oplaadmogelijkheid is dan een fijne service.

  • Doe je voordeel met onderstaande algemene richtlijnen voor fietsenstallingen.

Algemene richtlijnen voor fietsenstalling

  • Sociale veiligheid:

    • Goed verlicht

    • Overzichtelijk

    • Toezicht (cameratoezicht)

  • Inrichting:

    • Kleuren

    • Aankleding

    • Materiaalgebruik

  • Toegankelijkheid:

    • Dicht bij de ingang

    • Deuren (automatisch, voldoende breed)

    • Hellingbaan (minimaal 275 breed, hellinghoek maximaal 18%)

    • Trap (minimaal 275 breed, met een minimale aantrede van 30 cm en een minimale optrede van 13,5 cm; anti-slipcoating)

    • Gangen (hoofdpad minimaal 300 cm breed, overige paden en doorsteken minimaal 210 cm breed. Afstand tussen tegenover elkaar gelegen fietsenrekken minimaal 210 cm)

  • Rekken:

    • FietsParKeur

    • Afgestemd op aantallen

    • Vergeet de bezoekers niet

  • Overige voorzieningen:

    • Ruimte voor oversized fietsen

    • Ruimte voor racefietsen

    • Ruimte voor e-bikes inclusief stopcontacten

    • Pomp en gereedschap

    • Kleedruimte

    • Ruimte voor fietskleding, eventueel lockers

    • Ventilatie

Parkeren van auto’s

Veel gezinnen met een kind met een handicap kunnen alleen ergens komen met een aangepaste auto. Deze auto’s zijn vaak groter en er is ruimte nodig om een passagier met een rolstoel veilig te laten in- en uitstappen. Een goede gehandicaptenparkeerplaats is dan noodzakelijk.

Afbeelding vereiste afmetingen gehandicaptenparkeerplaats
Vereiste afmetingen gehandicaptenparkeerplaats (Bron: 010Toegankelijk)

Afmetingen

  • Een parkeervak (haaks op of evenwijdig aan de weg) is minstens 3,5 meter breed en 6 meter lang.

  • De afstand tussen de parkeerplaats en de ingang van de speelplek is maximaal 50 meter.

Locatie

  • De ingang van de speelplek is bereikbaar zonder oversteken.

Aantal

  • Leidraad voor het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen: 2% van het totaalaantal parkeerplaatsen moet een gehandicaptenparkeerplaats zijn met een minimum van 1.

  • Lang niet alle speelplekken hebben ruimte voor parkeren op hun terrein. Kijk rond in buurt. Zijn daar geen openbare gehandicaptenparkeerplaatsen? Vraag dan een gehandicaptenparkeerplaats aan bij de terreinbeheerder.

  • De terreinbeheerder gaat over de realisatie en toekenning van gehandicaptenparkeerplaatsen. Dat kan een gemeente zijn maar ook een organisatie als Staatsbosbeheer.

Gebouwen

Clubgebouw

Het clubgebouw moet vindbaar, bereikbaar, toegankelijk én bruikbaar zijn voor iedereen. Als er een kantine is, betekent het ook dat het aanbod divers is en bezoekers met een allergie of dieetwens er terecht kunnen.

Deuren

  • Brede (>900mm), drempelvrije (drempel niet hoger dan 20mm) en goed zichtbare entree.

  • Brede binnendeuren (>900mm).

  • Glazen deuren en ramen die tot de vloer reiken bestickeren zodat ze goed zichtbaar zijn (ook fijn voor vogels).

Inrichting

  • Heldere indeling. Maak gebruik van pictogrammen.

  • Obstakelvrije routes door het gebouw.

  • Tafels waar een bezoeker in een rolstoel kan aanschuiven.

  • Speelvoorzieningen binnen ook bereikbaar voor iedereen.

  • Goed bereikbare bergruimte voor los speelgoed en andere losse materialen.

Eten en drinken

  • Divers aanbod in een kantine of winkeltje, ook geschikt voor bezoekers met een allergie of dieet. 

Koffiesalon van speeltuin De Gibraltar
Koffiesalon van speeltuin De Gibraltar
"Ik neem altijd een trommeltje mee met koekjes voor mijn tweeling van 8. Laatst konden ze net als de andere kinderen zelf iets kopen in het winkeltje. Je had die glunderende koppies moeten zien.”

Toilet

Voor sommige bezoekers van een speelplek is de aanwezigheid van een ruim, aangepast 'kinder MIVA toilet'  met stevige verschoontafel een eerste vereiste.

Afmetingen toegankelijk toilet
Afmetingen toegankelijk toilet: minimaal 2200 x 1650mm (Bron: Bouw Advies Toegankelijkheid)

Afmetingen

  • Brede toegang: 900mm, drempel niet hoger dan 20mm.

  • Minstens 2200 x 1650mm, zodat er ruimte genoeg is voor twee personen (een kind in een rolstoel en een ouder/begeleider; een volwassene in een rolstoel en een kind).

  • Vrije draaimogelijkheid voor de toiletpot en de verschoontafel met een diameter van minimaal 1500mm. Zo’n ruim toilet is ook prettig voor volwassenen die met meerdere kinderen tegelijk op pad zijn. Die kunnen dan allemaal mee naar binnen.

Afbeelding vereiste 1500mm draaicirkel voor een toegankelijk toilet
1500mm vrije draaicirkel voor een toegankelijk toilet (Bron: Bouw Advies Toegankelijkheid)

Mogelijkheid voor liggende verzorging van kinderen tot 10 jaar

  • Een werkblad, belastbaar met een gewicht van minimaal 60kg en een afmeting van minimaal 160cm bij 50cm en 75cm hoog. Het fijnst is een in hoogte verstelbaar werkblad. Zo kunnen ook volwassenen in een rolstoel een kind verschonen. Het is prettig als het werkblad inklapbaar is. Het werkblad kan uitgeklapt boven het toilet hangen. Een kind dat liggend verschoond wordt heeft het toilet immers niet nodig en een kind dat het toilet gebruikt, heeft de verschoontafel niet nodig.

  • Een plank in de buurt voor spulletjes die nodig zijn bij de verzorging. Zo geplaatst dat het kind er niet bij kan.

  • Zorg dat een kind op de verschoontafel niet direct in een felle lamp kijkt.

  • Indien een speelplek ook liggende verzorging wil bieden aan oudere bezoekers, dan is een bredere en sterkere verschoontafel nodig, plus een tillift.

Verdere inrichting

  • Een ruime afvalemmer met deksel om luiers direct weg te kunnen gooien.

  • Vrolijke inrichting zodat kinderen nog steeds het gevoel hebben in de speeltuin te zijn en niet in het ziekenhuis. Ook het plafond voor de verschoontafel biedt daarvoor mogelijkheden.

  • Een verhoger zodat kinderen ook bij de kraan kunnen en in de spiegel kunnen kijken.

Alarm

  • Alarm dat met een koord bediend kan worden, zittend vanaf de toiletpot. Minimale hoogte 400mm. Zorg dat graaiende kinderhandjes het koord niet vast kunnen pakken.

  • Let op: (vrijwillige) medewerkers moeten wel weten wat te doen als het alarm wordt geactiveerd. Weten zij dat niet, dan heeft een alarm geen zin.

Bewegwijzering

Bewegwijzering naar de toiletten
Bewegwijzering naar de toiletten
  • Op afstand goed zichtbaar pictogram op de deur zodat direct helder is waar het toegankelijke toilet is. Pictogram: toiletpot met man/vrouw en rolstoel of aanduiding familietoilet met rolstoel. Eventueel een extra pictogram voor aanwezigheid verschoontafel.

  • Bij een grotere speelplek: goede bewegwijzering naar het aangepaste toilet.

“Het is stom dat wij eerst moeten vragen of er een goed toilet is. Maar ja, dat is wel onze realiteit. Als er geen verschoonmogelijkheid is kunnen we niet gaan.”

Basisrichtijnen MinderValidenToilet (MIVA)

(Opgesteld door www.wijzijnzet.nl )

Minimale afmeting toiletruimte in afgewerkte toestand: ≥ 1650 x ≥ 2200mm

  • Keermogelijkheid ≥ Ø 1.500mm, gemeten op 300mm+.

  • Vrije ruimte voor toiletpot ≥ 900 x 1200mm.

  • Opstelruimte naast toiletpot ≥ 900 x 1200mm.

  • Assistentievlak naast toiletpot 350 x 700mm.

  • Opstelruimte voor (onderrijdbare) wastafel ≥ 900 x 1200mm.

  • Doorgang tussen toiletpot en wastafel ≥ 900mm.

Deur

Toegangsdeur uitvoeren conform normen zoals gesteld onder Algemene uitvoeringsnormen. Aanvullend geldt:

  • Deur naar buiten toe openend.

  • Geen deurdranger toepassen.

  • Slot moet van buitenaf te openen zijn in verband met veiligheid.

  • Beugel voor dichttrekken deur aan binnenzijde, horizontale beugel op 900mm+ over volle deurbreedte.

Toilet

  • Zithoogte closetpot 450 tot 500mm+ (bovenzijde zitting), bij voorkeur 480 mm+.

  • Voorkant zitting 700mm uit de (voorzet-)wand.

  • Opklapbare steunen aan weerszijden.

  • Lengte steunen 900mm.

  • Plaatsing 300 à 325mm uit hart pot (h.o.h. 600 à 650mm).

  • Hoogte 250 tot 300mm boven de zitting.

Wastafel: circa 500 x 600mm

  • Hart van de wastafel (minimaal) 550mm vanuit een inwendige hoek.

  • Wastafel hoogte 800mm+, onderrijdbaar, sifon tegen wand weggedraaid.

  • Kraan toepassen met voldoende lange hendel (elleboogbediening).

  • Vaste spiegel vlak tegen wand (geen kantelspiegel!) vanaf hoogte 1000mm+ tot 2000mm+.

  • Zeep- en handdoekdispenser aan de vrije zijde van de wastafel.

Alarm

  • Bediening door middel van contrasterend koord op 350-400mm+ rondom gehele toiletruimte.

  • Alleen uit te schakelen (resetten) in toiletruimte zelf door middel van aparte schakelaar op en hoogte tussen 700mm en 1350mm+, ≥ 500mm uit een inwendige hoek.

  • Melding aan buitenzijde ruimte (akoestisch en optisch).

  • Bij voorkeur ook melding op continue bezette post, zoals beheerdersruimte of bar.

Overig

  • Afvalbakken, hygiënebakken en andere inrichting niet monteren binnen de vrije gebruiksruimte.

  • Toiletpapierhouder in een van de armsteunen of op de muur binnen 650 mm reikwijdte, gemeten vanuit het midden van de toiletpot.

  • Bedieningselementen (kraan, schakelaars, spoelknop, planchet en dergelijke) aanbrengen tussen 700mm en 1350mm+, ≥ 500mm uit een inwendige hoek.

  • Minimaal één kledinghaak op 1350mm+, ≥ 400mm uit een inwendige hoek.

  • Vloer volledig vlak en vloerafwerking blijvend stroef (≥ 65 volgens NEN 2873).

  • Warmwaterleidingen en radiatoren buiten bereik van armen en benen.

  • Eventuele radiatoren afschermen:

    • De afgeschermde radiator dient zich geheel buiten het minimaal benodigde vrije vloeroppervlak te bevinden!

    • Radiatoren kunnen wel hoog (tegen plafond) geplaatst worden.

  • Kledinghaak op 1350mm+ vloer en 500mm uit een inwendige hoek.

Hoofdpaden en zijpaden

Afmetingen en materialen

Paden zijn voor samenspeelplekken één van de belangrijkste onderdelen. Het hoofdpad loopt rond, is voor iedereen toegankelijk en maakt alle faciliteiten en 70% van de speelaanleidingen en speeltoestellen voor iedereen bereikbaar. Omdat iedereen er kan komen is het hoofdpad – bij een goede inrichting – een bron van samenspeelplezier. Zijpaden starten vanaf het hoofdpad. Deze zijpaden kun je nemen maar dat hoeft niet. Dat maakt dat de toegankelijkheidseisen minder hoog zijn dan voor het hoofdpad.

Verharde hoofdpaden
Verharde hoofdpaden

Breedte hoofdpad

  • Het hoofdpad moet minstens 1400mm breed zijn. Zo kan iedereen elkaar makkelijk passeren. Dat betekent niet dat het pad overal precies zo breed moet zijn. Het mag hier en daar best smaller zijn, bijvoorbeeld bij een bloembak, als de breedte daar maar wel minimaal 900mm is.

  • 1400mm is niet altijd voldoende om twee bezoekers met een (tweeling)wandelwagen, rollator of rolstoel elkaar te laten passeren. Een hulpmiddel is immers soms breder dan 700mm. Voor een druk belopen pad is het advies het hoofdpad minimaal 1800mm (of 2000mm als het kan) te maken. Als het pad niet breder kan zijn, neem dan passeermogelijkheden op van minimaal 1800mm breed, over een lengte van 2000mm. Zulke passeerplekken hebben natuurlijk allerlei mogelijkheden om speelwaarde te bieden. Teken er bijvoorbeeld een cirkel op of geef de plek een vrolijke kleur.

Breedte zijpaden

  • Zijpaden mogen smaller zijn, de richtlijn is 1000mm. Bij deze breedte heeft een bezoeker met wielen nog een beetje manoeuvreerruimte.

Materiaal hoofdpad

  • Het materiaal waarvan het hoofdpad gemaakt is moet voor bezoekers met wielen hard en vlak zijn en voor bezoekers met een visuele beperking goed zichtbaar en voelbaar.

Spelen met, op, naast en over de paden

Op een speelplek worden bezoekers op alle mogelijke manieren geprikkeld om te spelen. Ook door het pad. Voor veel bezoekers met wielen (rolstoel, rollator, wandelwagen) betekent rijden ook spelen. Dat spelen kun je verder stimuleren door extra speelelementen toe te voegen aan het pad. Ook zijn er paden die speciaal zijn gemaakt om te spelen. Denk aan skaten, steppen, free runnen en pump track.

Hoofdpad en zijpaden

  • Het is van belang onderscheid te maken tussen het hoofdpad en de zijpaden.

  • Het hoofdpad moet voor iedereen toegankelijk en bruikbaar zijn. Omdat iedereen er komt zijn hoofdpaden supergeschikt voor allerlei leuke samenspeelaanleidingen.

  • De zijpaden mogen avontuurlijker zijn. Bezoekers hebben zelf de keuze om een zijpad te nemen als zij wat meer spanning en avontuur willen.

Speelelementen naast, op en over het hoofdpad

  • Kies speelelementen die de toegankelijkheid niet negatief beïnvloeden.

  • Verwerk kleuren, vormen en teksten die spel stimuleren in het pad: start-finish, gekleurde stippen, gekleurde slingerende lijn etc.

  • Plaats voelbare, geurende en eetbare planten langs het pad, het liefst op hoogte (planthoogte 30-60cm).

  • Plaats speelaanleidingen naast het pad: praatpalen, voelborden, muziekelementen etc. Zet deze op een goed berijdbare verharding, direct naast of op het pad (maar wel zo dat je er nog steeds goed langs kunt).

  • Richt een deel van de padenstructuur in als verkeersplein met verkeerslichten, zebrapaden, een tankstation etc.

  • Laat het pad door een tunnel lopen. Kies voor lichtdoorlatend materiaal, zoals wilgentenen. Donkere tunnels zijn voor bezoekers met een visuele beperking soms lastig en sommige kinderen vinden zulke tunnels eng.

  • Leg bruggen aan.

  • Bezoekers met een ernstig meervoudige handicap in een duwrolstoel zitten vaak wat achterover in hun rolstoel. Daardoor is hun blik wat meer naar boven gericht. Zorg dat ook daar wat te zien en te beleven is: vogelhuisjes, kleurige slingers of andere bewegende elementen en wellicht dingen die geluid maken.

Speelelementen naast, op en over de avontuurlijke zijpaden

  • Hier kan eigenlijk alles, waarbij je net als bij de inrichting van het hele speelgebied voor elk niveau iets aanbiedt.

  • Zorg dat iemand die aan het pad begint de uitdaging kan zien en kan inschatten.

  • Belangrijk is dat de  moeilijkheidsgraad van een pad steeds ongeveer op eenzelfde niveau blijft, zodat iemand die aan het begin van het pad ziet “dit kan ik aan” het pad ook helemaal af kan maken.

  • Of geef kinderen een alternatieve route als het moeilijker wordt.

  • Denk bij deze paden aan:

    • bruggen zonder hekje (maar wel met stootranden)

    • uitdagender hellingen (met af en toe een recht stuk om op adem te komen), met bovenaan een glijbaan met transferpunt

    • golvende paden, hobbels en bobbels

    • lange tunnels of hutten waar je in kunt rijden

    • pad dat door water gaat, over aangestampte grond tussen de bomen door of een doorgang waarvoor je moet bukken

Avontuurlijk pad waar bezoekers met wielen veel plezier aan beleven – rolstoelpad/ blotewielenpad

  • Een blotevoetenpad is een pad dat bezoekers uitdaagt om met blote voeten verschillende ondergronden te ervaren.

  • In een rolstoel voelt een hobbelpad van hout niet heel anders dan een hobbelpad van steen. De variatie moet je dan niet zoeken in het materiaal, maar in de mogelijkheid om er overheen te rijden of in het handig ontwijken van obstakels.

  • Een bezoeker met een ernstig meervoudige beperking die in een rolstoel geduwd wordt, ervaart subtiele prikkels meestal niet en grove juist wel. Flinke hobbels geven vaak veel pret. Die flinke hobbels zijn voor bezoekers in een actiefrolstoel juist helemaal niet fijn, het kost veel kracht om er overheen te gaan.

  • Ideeën voor een avontuurlijk pad om te ervaren met wielen

Avontuurlijk pad waar bezoekers met een visuele beperking veel plezier aan beleven

  • Dit pad heeft natuurlijk een doorlopende gidslijn én biedt geur, geluid, beweeg- en voelervaringen. >Zie ook: Oriëntatie op tastzin

  • Ideeën voor een avontuurlijk geur/geluidpad:

    • Geurende planten

    • Planten die geluid maken (ritselen, kraken, ruisen)

    • Muziekinstrumenten die vanzelf geluid maken zoals een windgong

    • Muziekinstrumenten die je kunt bespelen

    • Voelspellen.

Afweging

Een avontuurlijk pad voor bezoekers in een rolstoel kan er zomaar toe leiden dat andere bezoekers zo’n avontuur in een rolstoel ook willen proberen. De aanschaf van een speelrolstoel is dan een heel goed idee!

Skaten, steppen, free-runnen en pump track

Skaten, stuntsteppen, wave boarden, free runnen, pump tracken: spelvormen die enorm populair zijn onder kinderen en jongeren. Het lijkt wel of er ieder jaar een nieuwe spelvorm bij komt.

Op allerlei plekken worden speciale banen aangelegd. Bij de aanleg van die banen wordt niet altijd rekening gehouden met toegankelijkheid en samen spelen. Dat is jammer en onnodig, want er liggen veel mogelijkheden en kansen voor samen spelen.

Het is nog steeds niet overal vanzelfsprekend dat kinderen en volwassenen in een rolstoel een rolstoelvaardigheidstraining krijgen. Het verschil in rolstoelvaardigheid bij rolstoelgebruikers is groot. Dat komt door de handicap en door het wel of niet getraind zijn in rolstoelvaardigheid.

WheelChairSkills Event 2019 door KJ-Projects
WheelChairSkills Event 2019 door KJ-Projects

Technisch advies

  • Ook bij deze banen gelden de basisregels van toegankelijkheid. Zorg dat iedereen goed en veilig bij de baan kan komen. Zie geel voor alle basisregels 

  • Werk bij het ontwerp en de aanleg van een nieuwe baan altijd samen met toekomstige gebruikers. Lang niet altijd zitten er bij een initiatiefgroep kinderen of jongeren met een beperking. Zorg dat zij wél aanhaken zodat hun wensen direct worden meegenomen.

Verblijven

Zitten

Sommige ouders/begeleiders willen of moeten het kind altijd in het oog houden. Maak het hun gemakkelijk en zorg dat er voldoende zitplekken zijn. Die zijn niet alleen fijn voor ouders/begeleiders, maar ook voor kinderen en bezoekers die even willen rusten. Ook zijn er kinderen die graag de speelplek en het spel eerst vanuit een beschutte plek willen bekijken vóór ze gaan spelen.

Plaatsing en vindbaarheid

  • Plaats zitplekken zodanig dat bezoekers grote delen van de speelplek kunnen overzien. Als er plekken zijn die je vanuit deze strategische locaties niet kunt zien, plaats daar dan een extra zitplek.

  • Zorg dat er zitplekken in de zon en in de schaduw zijn.

  • Zorg dat de strategische zitplekken zijn voorzien van een arm- én rugleuning, zodat kinderen en volwassenen die dat nodig hebben steun vinden bij het (gaan) zitten en opstaan.

  • Zorg dat de zitplek goed vindbaar én zichtbaar is.

  • Zorg dat minstens één strategische zitplek ‘rugdekking’ heeft. Rugdekking betekent dat er aan de achterkant geen activiteit is en de focus dus helemaal kan liggen op wat er vóór je gebeurt.

Ondergrond

  • Zorg dat de ondergrond van de strategische zitplek goed berijdbaar en bereikbaar is.

  • Reserveer naast de zitplek een ruimte voor een persoon in een rolstoel/scootmobiel om aan te schuiven. Afmeting voor een rolstoelplek 1200mm x 900, scootmobiel plek 1600mm x 900, ondergrond horizontaal en vlak.

Vorm

  • Een zitplek hoeft niet altijd een bank te zijn. Een kei of boomstam kan ook.

  • Plaats bij een zitplek zonder leuningen (bank, boomstam, kei) een paaltje waar bezoekers die willen gaan zitten zich aan vast kunnen houden. Dit maakt het zitten en weer opstaan makkelijker.

  • Een extra lange bank maakt dat veel mensen tegelijk kunnen zitten en elkaar kunnen ontmoeten. Bij zo’n lange bank is het leuk om op verschillende plekken inhammen te maken waar een bezoeker in een rolstoel of met een rollator kan ‘inschuiven’.

Transferpunt

  • Bezoekers in een actiefrolstoel verplaatsen zich in de speeltuin van hun rolstoel naar andere zitelementen. Een deel van de gebruikers van een actiefrolstoel kan dit zelf. De verplaatsing is gemakkelijker als:

  • de ondergrond horizontaal is

  • het object (kei, stam, bank) stevig staat

  • het object ongeveer even hoog is als de rolstoel (tussen 40 en 45 cm),

  • de rolstoel recht voor of onder een hoek van 90 graden naast het zitelement kan staan,

    er een steun is op ellebooghoogte >Zie ook: Hulpmiddelen bij het lopen

Verhoging speel- en ontmoetingswaarde

  • ·Zitplekken hebben op zichzelf speelwaarde. Een bank kan bijvoorbeeld een prima verstopplek zijn of steuntje bij het doen van oefeningen.

  • Een fijne bank bij een zandbak kan ervoor zorgen dat kinderen langer spelen, omdat de ouder/begeleider lekker zit en het spel goed in de gaten kan houden

Afweging

Met name oudere kinderen willen ook wel eens uit het zicht van volwassenen spelen. Het is dus fijn als er ook plekken zijn waar kinderen het gevoel hebben dat volwassenen hen niet kunnen zien. Let erop dat een deel van zo'n verscholen plek ook toegankelijk is, zodat kinderen met een handicap ook mee kunnen spelen.

“Die stomme bank, mijn moeder zit altijd te kijken terwijl ik graag wil spelen zonder dat ze me ziet.” Thijs, 10 jaar

Liggen

Veel kinderen in een rolstoel ervaren de wereld bijna alleen vanuit hun rolstoel. Voor deze kinderen is het heerlijk om even uit de rolstoel te zijn en zo de wereld directer te ervaren. Een ruime, zachte plek met zon en schaduw om te liggen en samen met anderen de wereld te ontdekken is voor deze kinderen, maar ook voor bezoekers die willen chillen, ideaal.

Vorm

  • Het is fijn als de ligplek wat hoger is (kniehoogte), zodat het tillen in en uit de rolstoel gemakkelijker gaat. Zorg er wel voor dat het kind niet van de ligplek af kan rollen.

  • Maak de plek lekker ruim, zodat een begeleider of andere kinderen er samen met het kind kunnen liggen en spelen.

Keuze van de plek

  • Zorg dat de ligplek zon én schaduw heeft. Onder bomen is ideaal, bomen geven schaduw en een lichtspel van de bladeren en takken.

Materialen

  • Gras en andere zachte, niet giftige planten waarop je lekker kunt liggen.

  • Zacht kunstgras.

  • Waterbed.

  • Fat boy.

Speelwaarde

  • Verhoog de speelwaarde door boven de ligplek dingen op te hangen, zoals slingers of nestkastjes. Ook is het leuk als bezoekers zelf dingen kunnen ophangen.

Afweging

Een jong kind uit een rolstoel tillen gaat nog wel. Maar boven de 25 kg wordt het zwaar en is het in strijd met de ARBO-wetgeving. Veel ouders/begeleiders tillen hun kind toch uit de rolstoel als er een fijne ligplek is. Wat hulp daarbij is fijn, denk bijvoorbeeld aan een verrijdbare tillift.

Picknicken

Voor bezoekers is het fijn als er een tafel is waaraan je kunt zitten om te eten, te spelen of elkaar te ontmoeten. Er zijn veel soorten (picknick)tafels in de handel. Die zijn lang niet allemaal bruikbaar.

Keuze van de plek

  • De plaatsing van een (picknick)tafel hangt af van de indeling van de speelplek. Als er een kantine is, zet  de (picknick)tafel(s) daar dan dichtbij. Is er geen kantine, dan kan de (picknick)tafel het centrale verzamelpunt van de speelplek zijn. Het is dan de plek waar je elkaar ontmoet en je tas of jas neerlegt.

  • Houd bij de plaatsing rekening met zon en schaduw.

  • Plaats de (picknick)tafel op een goed berijdbare ondergrond.

  • Zorg dat de (picknick)tafel voor iedereen goed vindbaar is én via een pad te bereiken.

Vast of los

  • Vaste picknickset (tafel en bank): De poten van de tafel staan zo veel mogelijk in het midden, zodat bezoekers makkelijk kunnen gaan zitten en bezoekers met een rolstoel aan de kopse kant kunnen aanschuiven. Minstens één bank heeft een rugleuning.

  • Losse tafel met banken en stoelen: De poten van de tafel staan zo veel mogelijk in het midden, zodat bezoekers makkelijk met een stoel of rolstoel kunnen aanschuiven. Minstens één bank met rugleuning en/of stoel met rug- én armleuning.

Speelwaarde

  • Verhoog de speel- en ontmoetingswaarde van de (picknick)tafel door:

    • in het tafelblad een (bord)spel aan te brengen

    • de (picknick)tafel heel groot te maken, zodat meerdere mensen er tegelijk aan kunnen zitten.

“We maken graag met het hele gezin een ommetje door het bos. Zo fijn dat er nu een picknicktafel is geplaatst waar we ook met onze zoon Tom in zijn rolstoel aan kunnen zitten.”

Chillen

‘Even chillen’ is voor veel kinderen en hun ouders/begeleiders ook prettig op een speelplek. Lekker samen met vrienden een filmpje kijken, muziek luisteren of gewoon kletsen en een beetje hangen. Een speeltuin met een chillplek is cool. Kinderen willen er graag gezien worden. Een kind dat even rust nodig heeft of zelf niet zo veel kan, vindt hier een fijne plek.

Het klimtoestel als hangplek voor ontmoetingen
Het klimtoestel als hangplek voor ontmoetingen

Keuze van de plek

  • Maak de chillplek in het zicht, maar op een rustige plek.

  • Zorg voor schaduw en zon en beschutting bij regen en wind.

Inrichting

  • Richt de basis in maar laat ruimte voor losse materialen als doeken, fat boys, hangmatten etc.

Afweging

Bij chillen speelt de mobiele telefoon vaak een belangrijke rol. Is er een plek voor spelen met je telefoon in de speeltuin?

Amfitheater

Een amfitheater is een ontmoetingsplaats. Een plek voor voorstellingen of het centrale punt voor feestelijke activiteiten. >Zie ook: Instructielokaal zonder dak

Inrichting

Hutten en huisjes

Boomhut
Boomhut bij Oerrr Speelnatuur Schiermonnikoog

In een speelhuisje of hutje kunnen kinderen zich even terugtrekken of samen met andere kinderen een fantasiespel spelen. Als er ruimte is, is het fijn als er meerdere speelhuisjes of hutten zijn. Zo kan het ene kind zich terugtrekken en kan het andere kind een fantasiespel spelen.

Toegang

  • Pad sluit drempelvrij aan op de berijdbare ondergrond in en rond het huisje.

  • Minimaal 1200mm breed en 900m diep vrije ruimte bij een huisje waar je in kunt rijden en achteruit weer terug of doorheen kunt rijden.

  • Minimaal 1500mm diameter vrije ruimte bij een huisje waar je in kunt draaien.

  • Eventuele raam/opening ook vanaf de buitenkant bereikbaar en bespeelbaar.

Bankje

  • Hoogte: voor jonge kinderen met een rolstoel, rollator/looprek 1500mm of buggy. Standaard is de hoogte 2000mm op het laagste punt (bijvoorbeeld bij een puntdak).

Kijkopeningen/ramen

  • Op verschillende hoogtes.

Materialen die samen spelen makkelijker maken

Er zijn allerlei hulpmiddelen die samen spelen makkelijker maken.

Terreinrolstoel

Een gewone rolstoel heeft smalle banden en loopt vast in zand en modder. Een terrein- of off the road-rolstoel is een rolstoel met brede luchtbanden die wel door zand, modder en hobbelig terrein kan rijden. Dit type rolstoel maakt dat bezoekers die minder goed ter been zijn – al dan niet met hulp – toch over de hobbelige paadjes en door zand en modder kunnen. Let wel, de terreintoestel is niet geschikt voor iedereen. Ook voor een speeltuin met een terreinrolstoel geldt de vuistregel. >Zie ook: 100-70-50

Er zijn verschillende typen terreinrolstoelen in de handel. Hieronder een opsomming van de kenmerken van rolstoelen en consequenties voor gebruiksmogelijkheden en de inrichting van de speelplek:

  • Opvouwbaar – niet opvouwbaar (wel of niet een ruime opslagplek nodig).

  • Weerbestendig – niet weerbestendig (wel of niet een overdekte opslagplek nodig).

  • Gebruiker kan meehelpen met voortbewegen – gebruiker kan niet meehelpen (actief of niet actief).

  • Met hulpmotor – zonder hulpmotor (wel of niet een oplaadpunt nodig).

  • Zelfstandig te gebruiken – niet zelfstandig te gebruiken (met of zonder hulp).

Bij aanschaf regelen

  • Eventuele medewerkers/vrijwilligers trainen in gebruik en onderhoud.

  • De rolstoel op een vaste plek stallen.

  • Een uitleen- en gebruiksysteem verzinnen en spelregels opstellen.

  • Zorgen dat bezoekers weten hoe ze de rolstoel kunnen lenen én gebruiken.

< id="afweging-paden-versus-terreinrolstoel">Afweging: paden versus terreinrolstoel

Een terreinrolstoel is dé oplossing voor speelplekken of delen van speelplekken waar het lastig of niet wenselijk is paden aan te leggen. Maar de terreinrolstoel is niet voor iedereen geschikt. En je hebt er vaak maar één op voorraad.

“Die terreinrolstoel is gewoon rijdbaar speelgoed voor mijn dochter. Super cool en een geweldige ervaring. We zijn er zelfs het water mee in geweest.”

Losse rubber matten om zand berijdbaar te maken

Op veel speelplekken is valzand de meest gebruikte valondergrond. Voor bezoekers met wielen (rolstoel, rollator) en bezoekers die minder goed ter been zijn is zand echter niet handig: het maakt dat ze altijd hulp nodig hebben om bij de speeltoestellen te komen. Losse rubber matten in een bolderkar bieden een oplossing. De kar kan tot aan het zand gereden worden. Met de matten kun je een loper leggen en een berijdbaar pad creëren over het zand.

Keuze

  • Kies voor matten die niet te zwaar zijn.

  • Kies een bolderkar waar de matten in passen.

Gebruik

  • Train eventuele medewerkers/vrijwilligers in gebruik en onderhoud.

  • Stal de kar met de matten op een vaste plek.

  • Verzin een uitleen- en gebruiksysteem en stel spelregels op.

  • Zorg dat bezoekers weten dat de matten er zijn en hoe ze die kunnen gebruiken.

Afweging: Valzand versus losse rubber matten

  • Het vervangen van het valzand door een beter berijdbare valondergrond is de beste oplossing. >Zie ook: Toegankelijkheid ondergronden Is dat niet mogelijk, dan is de aanschaf van losse rubber matten en een bolderkar een goed alternatief.

Zachte matten om in schommels, hangmatten of op de grond te leggen

Nogal wat nestschommels en hangmatten hebben grove mazen en liggen niet comfortabel. Het is fijn als bezoekers een zachte mat kunnen lenen om in nestschommels en hangmatten te leggen. Zulke matten zijn ook fijn voor bezoekers die op de grond willen liggen.

Let bij aanschaf of zelf maken op:

  • Makkelijk schoon te maken.

  • Licht in gewicht.

  • Ruim (passend bij de schommels en hangmatten).

Gebruik

  • Train eventuele medewerkers/vrijwilligers in gebruik en onderhoud.

  • Stal de mat(ten) op een vaste plek.

  • Verzin een uitleen- en gebruik systeem en stel spelregels op.

“Gek hoe je je ineens echt welkom voelt. Ik was met mijn dochter bij de speeltuin. We komen daar al heel lang. Een vrijwilliger kwam naar me toe met een deken. “Kijk”, zei hij, “laatst vertelde je me dat je dochter niet echt lekker ligt in de nestschommel. Met deze deken is het vast veel fijner!“

Losse materialen

Losse materialen om mee te bouwen, sjouwen en spelen kunnen iedere speelplek omtoveren tot een samenspeelplek.

Ideeën voor materialen

  • Natuurlijke materialen: takken, bladeren, bloemen, zaden, vruchten, planken, stenen.

  • Gebruiksvoorwerpen: doeken, dozen, zeil, banden, touw, potten, pannen, gereedschap.

  • Speelgoed: emmertjes, scheppen, netjes, ballen, autootjes, legostenen, hangmatten, gymmaterialen.

  • Rijdend speelgoed: speelrolstoel, skelters, fietsjes, karren,

  • Materialen die te groot zijn om in je eentje te verplaatsen. Zulke materialen bevorderen het leggen van contact én het samen spelen.

Beheer en opslag

  • Bepaal of het opslaan en aanvullen van losse materialen past en mogelijk is in de speeltuin.

    • Natuurlijke materialen hoef je niet op te slaan, maar moet je wel regelmatig aanvullen.

    • Gebruiksvoorwerpen en (rijdend) speelgoed moeten na gebruik worden opgeruimd en opgeslagen en vergen regelmatig onderhoud.

  • Zorg dat een eventuele opslagplek vindbaar, bereikbaar en toegankelijk is voor iedereen. Zie voor meer informatie: gebouwen.

Gebruik

  • Spreek spelregels af en communiceer die naar vrijwilligers en bezoekers.

  • Bepaal daarbij ook of er ruimte is om bouwwerken langer te laten staan.

  • Varieer de materialen per seizoen.

  • Zorg dat bij het aanbieden van materiaal om hutten te bouwen er voor iedereen een bouwondergrond is die goed toegankelijk en bereikbaar is.

  • Zand, water, sneeuw en ijs zijn natuurlijk ook losse materialen. >Zie ook: Spelen met de elementen

  • Samen spelen met losse materialen gaat niet altijd vanzelf. Zie voor tips samen spelen bevorderen en coöperatief spel.

Afweging

Losse materialen én fantasie kunnen iedere plek omtoveren tot een samenspeelplek. Een teveel aan losse materialen kan mogelijk rommel geven en leiden tot onveilige situaties.

“Bij de scouting gebruiken we de afvalgrijpers ook voor spel. De rolstoelkids kunnen met zo’n afvalgrijper ook zelf herfstblaadjes verzamelen.”

Rijdend speelgoed

Veel beheerde speeltuinen bieden speelgoed aan waarmee kinderen kunnen rijden: skelters, fietsjes, karren. Bedenk dat een rolstoel in de ogen van kinderen ook een speelelement is. Als kinderen iets zien met wielen willen ze er mee spelen. Volwassenen zien bij een rolstoel een hulpmiddel, kinderen zien een skate-stoel.

Soorten rijdend speelgoed

  • Een speelrolstoel maakt kinderen vertrouwd met het fenomeen rolstoel en biedt ze de mogelijkheid om volop te experimenteren. Let op: rolstoelrijden ziet er wellicht makkelijk uit maar is het niet. Het grootste gevaar bij rolstoelrijden zit in de kans op achterover klappen. Daarom hebben rolstoelen een anti-kiepwieltje. Ervaren rolstoelrijders halen dat wieltje eraf zodat ze goed een wheely kunnen maken.

  • Skelters en fietsen zijn geweldig speelgoed. Voor oudere kinderen met een verstandelijke beperking is het fijn als er extra grote skelters en eventueel fietsen zijn.

  • Op een duo-skelter kan een kind meerijden dat niet zelf kan trappen.

Opslag

  • Zorg dat de opslag/parkeerplek van het rijdende speelgoed voor iedereen bereikbaar is.

Spelregels

  • Bepaal goed waar kinderen wel en niet mogen rijden.

  • Dat geldt zeker als je grote skelters en fietsen aanschaft. Grotere kinderen rijden harder, botsingen zijn dus ook steviger. Dit kan alleen veilig voor de andere bezoekers in een goed afgebakende omgeving. Meestal is toezicht nodig.

  • Voor kinderen in een rolstoel is het heel leuk om over een skelterbaan te rijden. Dit kan redelijk veilig als de baan eenrichtingsverkeer is, er geen kruisend verkeer is en de voertuigen elkaar niet kunnen inhalen.

“Bij ons bepalen de kinderen meestal zelf dat bij drukte iedereen twee rondjes op de skelters mag.”

Spelen met de elementen

Zand

Zandspeelplek bij Speeltuin Moby Dick
Zandspeelplek bij Speeltuin Moby Dick

Spelen met zand vinden bijna alle kinderen geweldig. Samen spelen gaat vaak als vanzelf. Een speelplek met een goed toegankelijke en bespeelbare zandbak heeft de basis voor samenspelen in huis. Spelen met zand én water is helemaal geweldig! > Zie ook: Spelen met de elementen/Water 

Zorg dus dat spelen met zand voor iedereen mogelijk is, ook voor de bezoeker met een rolstoel, rollator of buggy.

Zandbak

  • Bereikbaarheid zandbak:

    • Zorg voor een goed berijdbare ondergrond rond een groot deel van de zandbak.

    • Kies een ondergrond die goed schoon (zandvrij) te maken is. Gras, kunstgras en houtsnippers zijn niet geschikt. Een halfverharding is mogelijk, maar minder geschikt als er ook met water gespeeld wordt. Bestrating (tegels, klinkers, asfalt) is ideaal. >Zie ook: Toegankelijkheid ondergronden

    • Laat het goed berijdbare pad naar de zandbak zonder drempels aansluiten op de ondergrond.

    • Sommige zandbakken hebben geen rand. Zorg bij deze zandbakken dat de rand goed zichtbaar is, zodat bezoekers met een visuele beperking niet zomaar de zandbak in kunnen lopen/struikelen. Realiseer bij een zandbak zonder rand een transferpunt.  >Zie ook: Transferpunt

  • Spelen op verschillende niveaus:

    • Zorg dat kinderen zittend op de grond, zittend in een rolstoel of staand met zand kunnen spelen. Creëer verschillende speelniveaus zand- en waterspeelplaatsen. >Zie ook: Hoogte van zand- en waterbakken

    • Een handige manier is het realiseren van een brede zandbakrand met verschillende hoogtes.

    • De rand is zowel vanaf de verharding en vanuit de zandbak bespeelbaar en kan ook als steun in de rug dienen voor kinderen die zonder steun niet goed op de grond kunnen zitten.

Zandtafel

  • Bereikbaarheid:

    • Zorg dat een berijdbare verharding onder de tafel doorloopt zodat een rolstoel er echt onder kan schuiven. Zet de zandtafel bij de zandbak, zodat de tafel onderdeel is van het spel van alle kinderen.

    • Vanuit een rolstoel is het bijna niet mogelijk om zelf zand te scheppen. Een takel met emmertjes of een vaste grijper kunnen helpen. Toch blijft hulp van anderen nodig, iemand moet zand in het emmertje doen of op de zandtafel leggen. >Zie ook: Spelen met de elementen/Zand

  • Zandkwaliteit:

    • Onder veel speeltoestellen ligt valdempend zand. Met dit zand kun je geen zandkastelen of tunnels bouwen. Het is te los en plakt niet goed.

    • Kies voor de zandbak daarom voor speelzand. Speelzand is licht plakkerig. Speelzand wordt extra gezeefd en is vrij van steen en schelpen. Speelzand is ook goed waterdoorlatend, regenwater zakt er snel in weg.

  • Zand-speel-elementen:

    • Zand-speel-elementen zijn elementen die je kunt gebruiken om zand te verplaatsen en te bewerken. Deze elementen kunnen los bij de zandbak staan of vastzitten aan speeltoestellen. Denk hierbij aan zandtakels, zandrails en graafmachines. Let bij de keuze en plaatsing van deze elementen op de volgende punten:

      • de beste bedieningssituatie is als je er (ook met de rolstoel) recht voor kunt staan, met de bediening dicht bij het lichaam;

      • een draaibeweging is lastiger dan een heen en weer gaande beweging. Een draaibeweging wordt eenvoudiger als je niet hoeft ‘over te pakken’, maar één punt continu vast kunt houden;

      • plaats een opzichzelfstaand element (gedeeltelijk) op een goed berijdbare ondergrond, zodat de takel of schep ook staand of vanuit een rolstoel bespeelbaar is;

      • plaats toestellen met zand-speel-elementen er aan vast zodat de elementen bereikbaar zijn voor bezoekers met een rolstoel, rollator of buggy. Dit is soms puzzelen i.v.m. valhoogtes en ondergronden.

  • Afweging:

    • Is er plaats of geld voor maar één zand-speel-element, kies dan voor een element met een heen- en weergaande beweging. Zijn er meer mogelijkheden, zorg dan voor variatie en verschil in moeilijkheidsgraad.

Zand-speel-elementen

Zand-speel-elementen zijn elementen die je kunt gebruiken om zand te verplaatsen en te bewerken. Deze elementen kunnen los bij de zandbak staan of vastzitten aan speeltoestellen. Denk hierbij aan zandtakels, zandrails en graafmachines.

Let bij de keuze en plaatsing van deze elementen op de volgende punten:

  • de beste bedieningssituatie is als je er (ook met de rolstoel) recht voor kunt staan, met de bediening dicht bij het lichaam;

  • een draaibeweging is lastiger dan een heen en weer gaande beweging. Een draaibeweging wordt eenvoudiger als je niet hoeft ‘over te pakken’, maar één punt continu vast kunt houden;

  • plaats een opzichzelfstaand element (gedeeltelijk) op een goed berijdbare ondergrond, zodat de takel of schep ook staand of vanuit een rolstoel bespeelbaar is;

  • plaats toestellen met zand-speel-elementen er aan vast zodat de elementen bereikbaar zijn voor bezoekers met een rolstoel, rollator of buggy. Dit is soms puzzelen i.v.m. valhoogtes en ondergronden.

Water

Waterplas en goten

Spelen met water is iets wat bijna alle kinderen geweldig vinden. En samen spelen gaat als vanzelf. Een speelplek met een goed toegankelijke waterspeelplek heeft de basis voor samenspelen in huis. Zorg dus dat spelen met water voor iedereen mogelijk is, ook voor de bezoeker in een rolstoel. Niet alle elektrische rolstoelen kunnen goed tegen water en sommige bezoekers mogen niet (te) nat worden. Dus is het nodig om samen te zoeken naar wat wel kan. Spelen met zand én water is helemaal geweldig. >Zie ook: Spelen met de elementen/Zand

  • Algemeen:

    • Zorg dat alle bezoekers gemakkelijk bij het water kunnen dat de ondergrond begaanbaar is tot aan het waterelement en dat het water zelf op een geschikte hoogte is.

    • Is er op een speelplek alleen regenwater? Creëer plekken waar het water (even) mag blijven staan, zowel op de grond als hoger, bijvoorbeeld op een steen of schaal op hoogte. Ook fijn voor vogels en andere dieren. >Zie ook: Spelen met de elementen/water/waterlopen en geulen over de grond

  • Waterplas:

    • Een waterplas of poel biedt veel speel- en ontdekplezier. Het is van belang dat iedereen kan spelen en ontdekken.

    • Voor kinderen in een rolstoel of met een rollator is het water vaak onbereikbaar door zanderige oevers en omdat ze niet tot aan het water kunnen bukken. Een goed toegankelijke vlonder of steiger maakt dat iedereen dichtbij het water kan komen. >Zie ook: Spelen met de elementen/water/bruggen en vlonder

    • Bij een grotere waterplas is een trekpontje erg leuk. >Zie ook: Spelen met de elementen/water/trekpontje.

    • Losse materialen als schepnetjes, hengels en emmertjes bieden kinderen die niet kunnen bukken of in een rolstoel zitten de mogelijkheid om mee te spelen.

  • Goten

    • Hoe het water ook op de speelplek komt, zorg dat het vanaf het waterpunt op verschillende hoogtes door goten stroomt zodat bezoekers staand, zittend vanuit een rolstoel en zittend op de grond met water kunnen spelen.

    • Zorg dat de goten op een goed berijdbare, waterdoorlatende ondergrond staan (bv. klinkers, granietkeitjes). >Zie ook: Ondergronden Let ook op de ondergrond onder de goten! Loopt de ondergrond onder de goten niet door en is er geen stootrand, dan kunnen de kleine voorwielen van een rolstoel wegzakken. >Zie ook: stootranden

    • Om met water te spelen is het voor kinderen in een rolstoel fijn als de rolstoel onder de goot geschoven kan worden. Helaas is dat moeilijk te realiseren. Dat heeft twee oorzaken: de maat van de rolstoel (>Zie ook: Hulpmiddelen bij het lopen) en het materiaal dat gebruikt wordt voor de goten. >Zie ook: Hoogte van zand- en waterbakken

    • Super leuk is het als je zelf de toevoer van water kunt regelen met een kraan of een pomp. >Zie ook: Spelen met de elementen/water/pomp

  • Vorm/materiaal van de goten:

    • Goten moeten robuust zijn omdat kinderen er ook weleens opklimmen of aan gaan hangen.

    • De goten worden van hout, steen, cement, staal en een enkele keer van kunststof gemaakt.

    • Welk materiaal je ook gebruikt, de bodem en randen zijn dik. Dit maakt dat als een kind in een rolstoel onder een goot kan rijden hij/zij vaak toch nog niet bij het water kan omdat de goot te hoog is. Sommige rolstoelen hebben een tafelblad. Dat maakt het extra lastig, zo niet onmogelijk, om ergens onder te schuiven. Oplossingen:

Waterlopen/geulen over de grond

Een waterloop of geul biedt veel speelplezier en kansen tot samen spelen. Je kunt er dammen bouwen, lekker met je voeten doorheen stampen en met je rolstoel of fiets doorheen rijden. 

  • Afmetingen:

    • Een brede geul met een vloeiende overgang is voor veel bezoekers wel te doen. Houd bij de aanleg de aanbeveling hellingshoeken hellende paden aan. >Zie ook: Hellingen

    • Geulen smaller dan <250mm met een zelfde vloeiende overgang zijn lastig voor bezoekers in rolstoelen. De kleine voorwielen kunnen er in blijven steken en bezoekers met een visuele beperking lopen kans om te struikelen. Maak bij deze geulen oversteekplaatsen die aansluiten op het pad/de natuurlijke gidslijn, bijvoorbeeld met behulp van een breed putdeksel of ander afdekmateriaal.

  • Oversteken:

    • Niet alle elektrische rolstoelen kunnen goed tegen water. Zorg dat er plekken zijn waar bezoekers zonder nat te worden een geul of waterloop kunnen oversteken.

    • Houd er verder rekening mee dat een geul in een terrein kan gaan fungeren als een “dwarshelling” voor bezoekers in een rolstoel. Zorg dat een pad of doorgang niet te dicht op de rand van de geul loopt.

  • Voel- en zichtbaarheid:

    • Voor bezoekers met een visuele beperking kan de geul een onderdeel zijn van de natuurlijke geleidelijn. Maar de geul kan ook een obstakel op de route zijn.

    • Zorg dat de geul een andere kleur heeft dan de omgeving, bv. door het gebruik stenen in een afwijkende kleur.

Waterpomp

Er zijn veel verschillende waterpompen. Of ze geschikt zijn voor samen spelen hangt af van:

  • Bereikbaarheid:

    • Zorg dat de pomp op een berijdbare, waterdoorlatende ondergrond staat. >Zie ook: ondergronden

    • Zorg dat er aan voor- en zijkanten van de pomp voldoende berijdbare ruimte is. Vaak is het noodzakelijk de pomp op een (houten)vlondertje te plaatsen. Maak dit vlondertje zo klein mogelijk zodat de berijdbare ruimte rond de pomp behouden blijft. Als dit niet kan, maak de vlonder dan zo groot mogelijk en zorg dat bezoekers met een rolstoel, rollator of buggy de vlonder op kunnen rijden. Zorg ook voor een stootrand om de vlonder heen zodat bezoekers met wielen er niet per ongeluk af kunnen rijden. >Zie ook: Spelen met de elementen/water/bruggen en vlonders

  • Bediening en afmeting:

    • Er zijn hand- en voetpompen. Handpompen zijn door meer kinderen te bedienen dan voetpompen.

    • Zorg dat bij een voetpomp het pedaal zo groot is dat de gehele voet erop past.

    • Het is fijn als een pomp zowel links- als rechtshandig als met beide handen of armen bediend kan worden. >Zie ook: Diversen/gripdiameter

    • Zorg dat de hoogte van de pomp zodanig is dat een kind zowel staand als zittend vanuit een rolstoel de pomp kan bedienen. >Zie ook: Hulpmiddelen bij het lopen

    • Zorg dat de pomp soepel en licht loopt en zowel duwend als trekkend water pompt. Zorg dat de kracht die nodig is niet meer is dan 15 Newton (1,5 kg).

    • Een draaibeweging is lastiger dan een heen en weer gaande beweging. Een draaibeweging wordt eenvoudiger als je niet hoeft ‘over te pakken’, maar één punt continu vast kunt houden.

    • Is er plek/geld voor één pomp, kies dan voor een element met een heen en weer gaande beweging. Zijn er meer pompen, zorg dan voor variatie in bediening en dus verschil in moeilijkheidsgraad.

  • Waterkwaliteit:

    • Kies voor drinkwater. Jonge kinderen en bezoekers met een verstandelijke beperking kunnen niet altijd begrijpen dat water uit een pomp niet drinkbaar is.

Bruggen en vlonders

Een goed toegankelijke brug, vlonder of steiger maakt dat bezoekers dichtbij het water kunnen komen of modder en los zand kunnen oversteken.

  • Loopvlak:

    • Kies voor het loopvlak een materiaal dat niet glad wordt bij regen of zand. Hout kan heel glad worden. Dit kun je voorkomen door een laag met steenslag aan te brengen.

    • Werk het loopvlak zo effen mogelijk af. In geval van een houten brug: zorg dat het hout nauw aansluit en openingen niet groter zijn dan 20mm. De vuistregel is: hoe onregelmatiger het loopvlak des te minder bezoekers er gebruik van kunnen maken. Leg planken bij voorkeur dwars op de looprichting.

    • Vermijd richels hoger dan 20 mm en zorg dat het pad vlak aansluit op de brug.

  • Toegang:

    • Zorg dat de toegang van de brug/vlonder minstens 900mm breed is.

    • Zorg dat de toegang goed zichtbaar is en bezoekers niet gemakkelijk naast de toegang van de brug/vlonder kunnen raken.

  • Vlonders/steigers:

    • Het is fijn als een rolstoel op de vlonder kan draaien. >Zie ook: Hulpmiddelen bij het lopen

    • Zorg dat de vlonder stootranden van 50mm hoog heeft, ook onder een eventueel hek, zodat bezoekers met wielen niet zomaar van de vlonder af kunnen rijden. Bezoekers met een visuele beperking voelen waar de rand van het pad of vlonder is. Stootranden moeten afgevlakt zijn in verband met struikelgevaar voor lopende bezoekers.

  • Bruggen in de hoofdroute:

    • Een brug in de hoofdroute moet voor iedereen toegankelijk zijn.

    • Breedte van een voor iedereen toegankelijke brug is minimaal 900mm.

    • Volg de eisen van hellingen voor looppaden. >Zie ook: Hellingen

    • Bij een brug langer dan 4 meter is het aan te raden om in het midden een echt horizontaal vlak te maken van minimaal 1500mm lang, als rustpunt en ‘relaxed’ uitkijkpunt.

    • Zorg dat een brug in de hoofdroute minimaal aan één zijde een leuning heeft en aan beide kanten (dus ook onder de leuning) een stootrand (50 mm). Hoogte leuning: >Zie ook: Klimmen en klauteren/(luie) trappen en leuningen Maak een leuning op volwassen hoogte en één op kinder/rolstoel hoogte. Zorg dat bezoekers in een rolstoel ook uitzicht hebben.

  • Bruggen buiten de hoofdroute:

  • Speelwaarde bruggen:

    • Een brug heeft sowieso speelwaarde omdat een brug je ergens overheen leidt. Er gebeurt dus iets onder je en je hebt uitzicht.

    • Verhoging van de speelwaarde kan door vorm en kleur van de brug en leuning, figuren op het loopvlak en speelelementen, zoals een verrekijker op de leuning.

  • Afweging:

    • Een hekje of een stootrandje? De keuze heeft invloed op de vrijheid die kinderen van hun ouders/begeleiders krijgen en de bespeelbaarheid van het water.

    • Met een hekje zullen meer kinderen alleen bij de vlonder/brug mogen dan zonder hekje. Een hekje maakt wel dat je minder makkelijk bij het water kunt komen. Een hekje kan ook schijnveiligheid geven, vooral een beklimbaar hek.

Trekpontjes

Met een trekpontje kunnen bezoekers zichzelf naar de overkant trekken. Een trekpontje dat geschikt is voor iedereen

  • heeft genoeg ruimte en draagkracht voor een (volwassen) persoon in een rolstoel en een begeleider

  • ligt heel stabiel op het water

  • heeft een stevig hek tot borsthoogte waar je je goed aan vast kunt houden

  • heeft een drempelvrije, goed toegankelijke en veilige op- en afrit.

  • Is één van bovenstaande voorwaarden niet mogelijk? Dan raden wij aan de trekpont zo aan te leggen dat hij niet bereikbaar is voor bezoekers met een rolstoel, rollator of buggy, ook niet met een beetje hulp.

Vuur

Vuur heeft een magische aantrekkingskracht op bijna alle kinderen en volwassenen. Een plek waar je bij het vuur kunt zitten, helpen met vuurtje stoken en broodjes of marshmallows bakken is gezellig, lekker warm én gevaarlijk. Een toegankelijke vuurplek op een speelplek is geweldig, maar vraagt wel om heldere spelregels en toezicht.

Locatie

  • Kies de vuurplek buiten de looproute.

  • Vuur direct op de grond straalt hitte vanaf de grond en rondom af. Rolstoelen en andere hulpmiddelen hebben veel kunststof onderdelen die kunnen beschadigen door hitte. Door het vuur op een verhoging te maken wordt de grond minder heet en kunnen rolstoelen en andere hulpmiddelen dichter bij het vuur staan. Zo is het voor de gebruiker van het hulpmiddel ook gemakkelijker om een broodje of marshmallow te bakken.

  • Zorg dat de vuurplaats wat hoger ligt of een stevige stenen rand heeft. Afmeting > 300mm hoog

Inrichting

  • Zorg dat de ondergrond tegen hitte kan, goed berijdbaar is en heel ruim om het vuur is zodat bezoekers naar achteren kunnen uitwijken als het vuur oplaait. Bij scouting wordt bij een vuurplek van 1,5 meter diameter (dat is een grote vuurplek) een veiligheidszone van 2,5 meter gehanteerd.

  • Plaats (losse) zitelementen niet in een gesloten kring. Zorg voor meerdere openingen zodat bezoekers weg kunnen komen en een bezoeker in een rolstoel er ook tussen past én weg kan komen. Afmeting 1200 mm diep x 900mm breed.

  • Zorg dat een paar zitplekken een rugleuning hebben.

  • Zorg dat het pad zo vlak mogelijk aansluit op de ondergrond.

Sneeuw en ijs

Sneeuw en ijs zijn, net als zand en water, natuurlijke elementen waar iedereen mee kan spelen. Hoe zorg je ervoor dat deze elementen, als ze er zijn, voor iedereen beschikbaar zijn?

Locatie

Is de speelplek het hele jaar open? Bekijk de speelplek of het ontwerp dan ook eens met “winter-ogen”:

  • Is er plek om sneeuwpoppen te maken?

  • Is de heuvel geschikt om vanaf te sleeën? Kunnen alle kinderen sleeën?

  • Wat is er nodig om de speelplek ook in de winter voor iedereen toegankelijk te houden?

Kinderen maken een sneeuwpop
Kinderen maken een sneeuwpop

Klimmen en klauteren

Speelheuvels

Op veel speelplekken vind je spannende heuvels. Als je er bovenop staat zie je de hele speelplek! Vaak is bovenop de heuvel de start van een glijbaan. Ieder kind wil de heuvel op, maar het lukt niet alle kinderen om zonder hulp boven te komen.

Een lastig te beklimmen heuvel is voor het ene kind niet te doen en voor het andere juist een gezonde uitdaging. Voor kinderen die moeilijk lopen of in een rolstoel zitten, zijn de meeste heuvels en een eventuele glijbaan lastig bereikbaar. Heb daar oog voor en maak daarom verschillende routes de heuvel op, zowel makkelijke als moeilijke routes.

Routes

  • Creëer verschillende manieren om de heuvel op te komen, met verschillende uitdagingsniveaus.

  • Zorg er altijd voor dat de moeite om boven te komen wordt beloond, ook als een kind niet met de glijbaan naar beneden kan of wil. Creëer een mooi uitzichtpunt, plaats een verrekijker, een praatpaal of een muziekinstrument. Een toffe zitplek is ook fijn.

  • Maak indien mogelijk één punt op de heuvel toegankelijk via een algemeen toegankelijk hellingpad.  Het vergroot het gevoel van meedoen en deel uitmaken van het (speel)landschap. Voor kinderen die hun rolstoel met de hand aandrijven mag dat pad zeker niet te steil zijn. Een steil pad kan met name bij het naar beneden gaan voor bezoekers met een rolstoel, rollator of buggy gevaarlijk zijn. >Zie ook: Klimmen en klauteren/hellingen

  • Zorg bij alle routes voor afdoende codering voor kinderen met een visuele beperking.

  • Let op: Kinderen gebruiken vaker een type rollator achter zich dan voor zich. Naar boven heeft zo’n rollator of loopkar een terugrol beveiliging, bij het naar beneden gaan is er geen beveiliging en moet het kind zelf met de voeten of soms met een handrem afremmen. >Zie ook: Hulpmiddelen bij het lopen

  • Een pad dat steiler is dan de richtlijnen voor paden aangeeft kan bij uitzondering. Bijvoorbeeld bij een skatepark of een pump track baan. Probeer het uit met gebruikers. >Zie ook: Skaten, steppen, free-runnen en pump track

Steunpunten

  • Plaats bij een steil stuk een steunpunt voor lopers. Een muurtje langs het pad, een (touw)leuning, paaltjes met verticale handgrepen.

  • Maak na ieder steil stuk een horizontaal vlak om uit te rusten.

  • Een klimtouw of dwarsbalkjes geven ook steun. Niet voldoende voor moeilijk lopende kinderen, maar wel voor kinderen die iets beter uit de voeten kunnen.

  • Een net geeft ook leuke klimkansen. Het geeft steun aan voeten en handen.

Kruipen

  • Sommige kinderen die niet of niet goed kunnen lopen, kunnen soms wel kruipen! Een goed bereikbare en begaanbare kruiproute de heuvel op is top en voor alle kinderen leuk.

  • Kies voor kruiproutes voor een droge (goed afwaterende), niet prikkende en stroeve ondergrond. Gras en groen als tredkamille en kruiptijm zijn geschikt en ruiken nog lekker ook! Stug kunstgras is ook geschikt.

Trap

  • Een trap de heuvel geeft weer andere kinderen mogelijkheden. Ook daarin kun je niveaus van uitdaging maken. Wel of geen leuning, een touw als geleidedraad, variatie in stapelementen of een trap met brede treden (luie trap). >Zie ook: (Luie) trappen en leuningen

  • Zo kun je variëren in uitdaging en ondersteuning. Heb oog voor de mogelijkheden. Heb je bijvoorbeeld een groter terrein, dan is een lift naar boven helemaal geweldig, als aanvulling op andere, uitdagende wegen naar boven. Helaas is zo’n lift nog op geen enkele speelplek te zien.

Afweging

Wie ‘mogen’ er boven komen? Een goed toegankelijk pad omhoog neemt veel ruimte en geld in beslag. Maar het levert veel op: het ‘toppunt’ van de speeltuin maak je toegankelijk. Wat bied je de verschillende groepen? En als je dit niet doet, wat doe je dan wel?

Hellingen

Voor hellingen bestaan officiële NEN-richtlijnen. Maar voor nogal wat bezoekers met een beperking zijn zulke hellingen te steil. Groen &Handicap biedt betere inzichten.

NEN versus Groen & Handicap

  • De officiële richtlijnen voor hellingen staan in NEN 1814. Dit document staat achter een betaalmuur. 

  • De grafiek van Groen & Handicap geeft een beter inzicht. Zie hieronder en op deze website 'Natuur zonder drempels'.

Hellingbaan

  • Volgens de tabel van Groen & Handicap is er een hellingbaan van 20 meter nodig om 80 cm te overbruggen. 80 cm hoogteverschil is niet erg hoog en 20 meter is op de meeste speelplekken heel veel.

  • Grotere hoogteverschillen kun je overbruggen met meerdere geschakelde hellingen. Plaats tussen de hellingen een horizontaal bordes van minstens 2000 mm lang.

  • Let bij hellingbanen altijd op dat er een obstakelvrije uitrijruimte is aan de voet van de hellingbaan, zodat bezoekers met een duw- of actiefrolstoel uit kunnen rollen. Dat is veilig en verhoogt de speelwaarde voor alle bezoekers met wielen (stepjes, fietsjes, rolstoelen, loopkarren).

  • Hoe steil een speelhelling kan zijn hangt af van het type spel dat je wilt stimuleren. Denk aan skatebanen of een pumptrackbaan waar ook bezoekers met een rolstoel kunnen komen rijden en stunten. Ontwerp deze hellingen altijd samen met toekomstige gebruikers. Maak proefopstellingen en probeer dingen uit. >Zie ook: Skaten, steppen, free-runnen en pump track

Hellingshoekgrafiek
Advies hellingshoek voor hellingbanen (Bronnen: Bouw Advies Toegankelijkheid en Kenniscentrum Groen & Handicap)

Speeltunnels

Op een speelplek met een heuvel kun je overwegen ook een speeltunnel te maken. Een speeltunnel door een heuvel heen is spannend en geeft volop mogelijkheden tot (fantasie)spel. De keuze en plaatsing van de tunnel is bepalend voor de mate van toegankelijkheid en samen spelen. Een speeltunnel waar je gebukt of kruipend doorheen moet is niet voor iedereen toegankelijk.

Materiaal

  • Betonnen rioleringsbuis, pvc koker, damwanden.

  • Solide, niet groeiend materiaal, zoals wilgentenen of andere planten.

Afmetingen

  • Hoogte: een volwassene moet rechtop lopend door de tunnel kunnen. De hoogte in het midden is minstens 2150mm.

  • Breedte: minimaal 1800mm zodat twee personen in een rolstoel elkaar kunnen passeren.

  • Bij een ronde tunnel/poort moet de tunnel zelfs wat breder zijn, anders is passeren zonder je hoofd te stoten niet mogelijk. Bij een echt lange tunnel waar geen licht doorheen komt is wellicht verlichting nodig.

  • Speeltunnel toegankelijk voor kinderen tot 12 jaar in een rolstoel/looprek: breedte 900mm, hoogte 1600mm (een begeleider die bukt kan er ook door). Zorg ervoor dat van zo’n speeltunnel de ondergrond goed berijdbaar is. >Zie ook: Ondergronden

  • Een bocht in de tunnel is mogelijk.

Toegankelijkheid

  • Zorg dat de drempel bij de in- en uitgangen van de tunnel lager dan 20mm en vlak aansluitend op pad.

  • Kies voor een zachte bodem zodat schuiven en kruipen mogelijk is. Ook als een kind de benen of voeten niet goed voelt.

  • Voor kinderen met een visuele beperking zijn lichtovergangen lastig. De ogen hebben vaak meer moeite met het instellen op verminderd licht. Een tunnelmond wordt daardoor snel een diep donker gat. Voor hen is het fijn als de tunnel niet te lang is en de uitgang goed zichtbaar is in de vorm van veel licht.

  • Verzacht de overgang licht-donker zodat het instellen van de ogen vloeiender gaat. Verzachten kan door voor de ingang een gebied te maken waar het zonlicht al wordt getemperd, bijvoorbeeld door een bladerdak of een vlechtwerk van wilgentenen.

  • Codeer de in- uitgang van een speeltunnel met een kleurig object, bijvoorbeeld een struik of paaltje met een felle kleur. De tunnelingang zelf fel kleuren kan natuurlijk ook.

  • Voor kinderen met een auditieve beperking is een tunnel best spannend. In de tunnel heb je geen zicht op de rest van de speeltuin. Voor deze kinderen is het fijn als er aan het begin en einde van de tunnel een plek is waar je weer veilig om je heen kunt kijken, zonder dat er gelijk iets of iemand tegen je aan kan botsen. Dus bijvoorbeeld geen druk pad er direct dwars langs of een glijbaan die uitkomt op het einde van de tunnel.

Afweging

Een tunnel met een zachte bodem is fijn om door te kruipen, maar niet fijn om doorheen te rijden.

(Luie) trappen en leuningen

Bij de aanleg van trappen is het van belang dat bezoekers er gemakkelijk op kunnen lopen of dat bezoekers op hun billen de treden op en af kunnen schuiven.

Een luie trap

  • Een luie trap is toegankelijk voor iedereen die kan lopen of op de billen kan schuiven.

  • De horizontale afstand tussen twee opeenvolgende traptreden heet de aantrede. De verticale afstand tussen opeenvolgende traptreden heet de optrede. Een trap waarvan de helling gering is (kleine optrede en grote aantrede) wordt een luie trap genoemd. Als vuistregel moet gelden: 2 × optrede + 1 × aantrede = 570 à 630 mm.

  • Geen openingen tussen de aantreden, zodat voetjes niet achter een tree kunnen blijven haken.

Aandachtspunten bij aanleg van een trap

  • Een stevige leuning aan beide kanten op twee hoogtes (volwassene en kind). Zorg dat leuningen niet te dik zijn zodat kinderhandjes ze goed beet kunnen pakken. >Zie ook: Gripdiameter

  • Bij een luie trap een heuvel op: zorg dat de leuning of andere ondersteuning op de heuvel doorloopt (bijvoorbeeld naar de glijbaan). Kinderen die lopen met een rollator laten hun rollator onder aan de trap staan. Als ze bovenaan verder willen hebben ze ook daar steun nodig. Dat kan een leuning zijn of paaltjes op regelmatige afstanden.

  • Zorg zowel beneden als boven voor een goede aansluiting op het pad.

Trap als speelaanleiding

Bezoekers in een actiefrolstoel die heel rolstoelvaardig zijn, zijn soms in staat een trap met een stevige leuning af te dalen! Voor hen is een trap een speelaanleiding. Zie www.wheelchairskillsteam.nl.

Veiligheid versus toegankelijkheid

In verband met het WAS (Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen >Zie ook: Wetten en regels), missen sommige oudere speeltoestellen de eerste trede van de trap. Dit is bewust gedaan, om te voorkomen dat te jonge kinderen het speeltoestel gebruiken. Helaas heeft dit tot gevolg dat het toestel niet voor iedereen toegankelijk is. Een kind dat moeite heeft met trap lopen of een kind dat wil kruipen kan niet gemakkelijk de trap op.

Boomstammen

Materialen uit de natuur zijn zeer geschikt als speelelementen. Een omgevallen boomstam is een prachtig samenspeeltoestel, meerdere stammen op elkaar helemaal. Mits goed bereikbaar kan iedereen er mee spelen.

Niveaus van uitdaging

  • Zorg voor diverse niveaus van uitdaging. Hoe lager bij de grond en hoe horizontaler, des te eenvoudiger te klimmen.

  • Maak een deel van de ondergrond toegankelijk voor iedereen, zodat elk kind in ieder geval een deel van de klimelementen kan bereiken.

  • Ontschors sommige stammen zodat je er op kunt liggen en makkelijker schuivend kunt klimmen.

  • Zorg voor een eenvoudige toegang naar minstens één klimdeel: lage opstap, aangrijpingspunten, horizontale start, ontschorst etc.

  • Plaats bij de eenvoudige toegang een transferpunt zodat kinderen in een rolstoel die dat kunnen hier zelf van stoel naar boom kunnen gaan. >Zie ook: Diversen/transferpunt

  • Zorg voor verschillende vormen van “grip” en “routes” op het klimelement met diverse moeilijkheidsgraden, of in oplopende niveaus.

Zicht- en vindbaarheid

Zorg dat het klimelement zichtbaar en vindbaar is. Geef delen van het element een heldere kleur of plaats een codering bij de toegang, een struik met gekleurde bladeren of een (totem)paal.

Afweging

Of een boomstam bespeelbaar is ligt vooral aan de gebruiker en veel minder aan de boom. Veiligheid is een belangrijke afweging.

Klimtoestellen

Veel speelplekken hebben toestellen waarbij je kunt klimmen. Veel klimtoestellen zijn alleen geschikt voor goede klimmers. Of een klimtoestel speelplezier aan alle kinderen biedt hangt vooral af van de bereikbaarheid en de moeilijkheidsgraad.

Jongen op een klimrek van touw
Jongen op een klimrek van touw

Keuze

  • Kies een klimtoestel met meerdere klimroutes die variëren in moeilijkheidsgraad.

  • Kies klimtoestellen waarbij het kind beneden net zo belangrijk voor het spel is als het kind boven. Bijvoorbeeld een klimtoestel met een praatpaal, een spiegel of richel waarlangs een knikker kan rollen.

  • Kies een klimtoestel die ook beneden speelwaarde heeft. Bijvoorbeeld een huisje of speelbord. Let wel op dat het huisje of speelbord past bij de leeftijdsgroep waar het klimtoestel voor bedoeld is.

Plaatsing

  • Plaats het klimtoestel op een berijdbare valondergrond zodat bezoekers die niet kunnen klimmen toch bij het toestel kunnen komen en deel kunnen nemen aan het spel. >Zie ook: Ondergronden

  • Bij een klimtoestel met glijbaan en/of mooi uitzichtpunt: zorg dat de route hier naartoe ook voor minder vaardige klimmers te doen is. Uiteraard is dit afhankelijk van de beoogde leeftijdsgroep.

Extra steun

Sommige toestellen zijn met het plaatsen van een extra handvat of steun beter toegankelijk te maken.

Glijden en draaien, springen en zwaaien

Glijden

Een speelplek zonder glijbaan. Het kán natuurlijk wel, maar met glijbaan is het veel leuker. Helemaal als het een glijbaan is die speelplezier biedt aan álle bezoekers.

Keuze

  • Is er plek voor één glijbaan, kies dan voor een glijbaan met een luie trap.

  • Is er meer plek, realiseer dan een glijbaan van een heuvel met een goed toegankelijk pad.  >Zie ook: Speelheuvels en Hellingen

  • Een speeltoestel met een vlonderpad om de hoogte te overbruggen is ook nog een optie.

Kind glijdt van een glijbaan gelegen op een heuvel
Een extra brede glijbaan met oprijbaan voor rolstoelers/rollators met een goed bereikbare uiteinde bij speeltuin Zuiderkwartier

Hulpmiddel terug

  • Het probleem waar iedere glijder met een rolstoel, rollator of buggy tegen aanloopt is dat na het glijden het hulpmiddel nog boven staat. Zorg daarom dat begeleiders een eventueel hulpmiddel gemakkelijk naar beneden kunnen brengen.

  • Zorg er voor dat het kind dat wacht op het hulpmiddel naast de glijbaan kan wachten en zo de glijbaan niet blokkeert. Maak een zitplek met rugleuning zo dicht mogelijk naast het uiteinde van de glijbaan.

  • Zorg dat het uiteinde van de glijbaan en een eventuele wachtplek goed bereikbaar zijn met een rolstoel, rollator of buggy.

Samen glijden

  • Zorg dat een ouder/begeleider samen met een kind kan glijden. Kies bijvoorbeeld voor een extra brede glijbaan.

  • Zorg dat er bovenaan de glijbaan bij de opstap voldoende ruimte is om rustig te gaan zitten en het kind op schoot of naast je te tillen.

  • Maak een transfersteun bij de glijbaan. Voor draaien/op schoot nemen etc: zie Zitten liggen chillen en picknicken

Toestel met een glijbaan/glijbanen

Zorg dat minstens één glijbaan via een luie trap of vlonderroute te bereiken is.

Draaien

Rolstoeltoegankelijke draaimolen in speeltuin Beestenborg

Samen draaien is heerlijk en spannend. Een draaitoestel bevordert het samenspelen. Er zijn veel verschillende draaitoestellen. Of ze geschikt zijn voor samenspelen hangt af van: de ondergrond, de afmetingen en het draagvermogen, de instap, de zichtbaarheid en afscherming en de steun voor rug-handen-voeten.

De ondergrond

  • Een draaitoestel dat op een goed berijdbare ondergrond staat is voor veel meer kinderen bereikbaar dan een draaitoestel in zand.

  • Een goed berijdbare ondergrond is vlak en niet hobbelig en er zijn vlakke overgangen tussen de (val)ondergrond bij het toestel en de route er naartoe. >Zie ook: ondergronden

Afmetingen en draagvermogen

Draaitoestellen die volgens de fabrikant geschikt zijn voor rolstoelers zijn dat lang niet altijd voor alle rolstoelen. Elektrische rolstoelen wegen zo’n 200 kg en zijn langer dan duwrolstoelen. >Zie ook: Hulpmiddelen bij het lopen

De instap

  • Een draaimolen die verzonken is en waar de draaibodem naadloos aansluit op de (val)ondergrond maakt dat bijna iedereen er makkelijk zelfstandig in én uit kan. Voor rolstoelers is nog een extra voorziening nodig. Voor hen is het belangrijk dat er voldoende ruimte is om de rolstoel stabiel te parkeren.

  • Bij een draaimolen die niet verzonken is mag de instap niet te hoog zijn (lager dan 20mm). Kinderen die moeilijk lopen moeten steun vinden bij het instappen, zodat ze zich als het ware naar binnen kunnen trekken. Bij het zitten is steun voor voeten, handen en rug  noodzakelijk.

  • Sommige draaimolens hebben een oprijplaat. Door de oprijplaat neer te laten kunnen rolstoelers de draaimolen in. Kinderen in een rolstoel kunnen de oprijplaat niet zelf bedienen. Er is altijd hulp en toezicht van volwassenen nodig. En een vingertje kan snel klem komen te zitten.

  • Sommige speelplekken vinden het systeem van de oprijplaat niet veilig. Zij vergrendelen het mechaniek van de oprijplaat met een slot. Alleen het personeel van de speeltuin mag de oprijplaat bedienen. Zo’n draaimolen stimuleert niet echt om samen te spelen.

Zichtbaarheid en afscherming

  • Een draaimolen is een bewegend object. Een kind dat slecht of helemaal niet ziet kan moeilijk inschatten of de draaimolen stil staat of juist beweegt.

  • Een kind dat slecht of niet ziet moet de draaimolen makkelijk kunnen vinden. Dat kan door de draaimolen een goed contrasterende kleur te geven en ervoor te zorgen dat de draaimolen geluid maakt als hij draait.

  • Het is fijn als de draaimolen is afgeschermd met een barrière, zodat je er niet zomaar tegen aan kunt lopen. Een barrière kan een laag beukenhaagje zijn of een vlechtheg.

Steun voor rug-handen-voeten

  • Sommige kinderen hebben steun nodig bij het zitten. Hoe beter de steun voor voeten, handen en rug, des te meer kinderen kunnen draaien. Kinderen die niet zelfstandig kunnen zitten, kunnen soms wel zitten met hulp van een ouder of begeleider. Een brede bank waar ook een volwassene op kan zitten maakt dat meer kinderen kunnen draaien.

  • Bij sommige draaimolens zit het kind op een fietsje, stoeltje, dier etc. Ook zo’n zitelement moet voldoende steun bieden aan rug-handen-voeten. Bescherming met een beugel of riempje zorgt ervoor dat het kind niet van de molen af kan vallen.

Schommelen

Keuze en veiligheid

Schommelen is een geliefde bezigheid van veel kinderen. In je eentje schommelen is leuk, samen schommelen is vaak nog leuker.

  • Keuze:

    • Er zijn veel soorten schommels. Van belang is dat het aanbod van schommels op een speelplek aansluit bij het aantal bezoekers dat wil schommelen.

    • Is er maar plek voor één schommel op een speelplek, kies dan voor een nestschommel. >Zie ook: Schommelen/nestschommel en rolstoelschommel

    • Is er plek voor meerdere schommels, kies dan voor een nestschommel of voor een individuele schommel zoals een kuipschommel of ouder-kind schommel. Een familieschommel is natuurlijk ook superleuk.

  • Veiligheid:

    • De wetgeving op het gebied van schommels is veranderd. Het is niet langer toegestaan om verschillende typen in hetzelfde schommeltoestel bij elkaar te hangen. Een schommelkuipje en een gewone schommel naast elkaar is dus niet meer toegestaan. Dat is spijtig maar gezien de veiligheid noodzakelijk.

    • Welke schommel er ook geplaatst wordt, zorg dat bezoekers niet zomaar tegen een schommel aan kunnen lopen of rijden. Plaats rond de schommel(s) een barrière. Bijvoorbeeld een lage heg of afzetting van touw.

    • Het is leuk en prettig om aan schommels een klein belletje te hangen. Zo kunnen bezoekers met een visuele beperking horen dat de schommel in gebruik is en waar de schommel zich ongeveer bevindt.

    • De meest gebruikte valondergrond bij schommels is zand. Zand maakt dat de schommel minder goed bereikbaar is en bezoekers met wielen niet zelfstandig bij de schommel kunnen komen. Hierdoor kunnen ze niet schommelen of een kind op een schommel duwen. Een goed berijdbare valondergrond heeft dus de voorkeur. >Zie ook: Toegankelijke ondergronden

Nestschommel en rolstoelschommel

De rolstoelschommel was lange tijd het symbool voor spelen voor kinderen met een handicap. Die tijd is voorbij. De rolstoelschommel moedigt samen spelen niet echt aan. Alleen een kind in een rolstoel mag de schommel gebruiken en het duwen van de schommel is vaak te zwaar en ook gevaarlijk voor andere kinderen.

Een goed alternatief voor de rolstoelschommel is de nestschommel. Die is geschikt voor meerdere kinderen. Nadeel van deze schommel is dat nogal wat kinderen met een handicap niet zonder hulp de schommel in- en weer uit kunnen.

Kinderen spelen in en rondom de restschommel in Speeltuin Philipsdorp
Nestschommel in Speeltuin Philipsdorp
  • Neststommel:

    • Diameter van minstens 1240 mm en niet te diep. Kinderen tot een jaar of 10 kunnen zo comfortabel liggen, ouders/begeleiders hoeven niet diep te bukken om het kind de schommel in of uit te tillen en er is plek voor nog een paar kinderen.

    • Kunststof kuip of kuip met een net met fijne schakels. Sommige nestschommels hebben grove mazen, dat ligt niet comfortabel. Dat is te ondervangen door het aanbieden van een  matje. >Zie ook: Zachte matten

    • Goed berijdbare (val)ondergrond zoals kunstgras of rubber.  >Zie ook: Toegankelijke ondergronden Is dat niet mogelijk, zorg dan dat het berijdbare pad tot aan de zijkant van de schommel loopt. Ouders/begeleiders kunnen het kind dan van daaruit naar de schommel tillen en hoeven niet een eind door het zand te lopen.

    • Hoogte van de mand. Uit veiligheidsoogpunt moet de onderzijde van de rand in de laagste stand (dat is als hij zo schuin staat, dat de zijrand middenonder hangt) minimaal 400mm van de grond komen. Bij een schommel van 2.6 m hoog en een mand van 1.20m diameter is de rand dan ongeveer 65 cm als de mand stilhangt. Helaas is het met die hoogte lastig om vanuit een rolstoel zelf de transfer te maken. Kinderen hebben dus altijd hulp nodig om in of uit de nestschommel te komen.

    • Plaats de nestschommel zo veel mogelijk aan de rand van een speelplek en maak een barrière om de schommel heen (bijvoorbeeld een lage heg). Zo voorkom je dat bezoekers met een visuele beperking of bezoekers die minder goed opletten zomaar tegen de schommel aan lopen.

  • Rolstoelschommel:

    • Kies voor een schommel die gebruikers zoveel mogelijk zelfstandig kunnen gebruiken.

    • Kies een schommel met een veilig systeem voor het in/uitklappen van de oprijplaat.

    • Rond de schommel moet een goede barrière zijn, zodat niemand tegen de schommel aan kan lopen.

    • Toezicht is nodig. Alleen een bezoeker in een rolstoel mag een rolstoelschommel gebruiken.

    • Als er op een speelplek een rolstoelschommel staat is het een leuk idee om een speelrolstoel aan te schaffen. Zo kan iedereen gebruik maken van de schommel.

Balanceren

Balanceren is spelen met je evenwicht. Dat kan lopend over een balk, schuivend op je billen over een bruggetje zonder leuning, in een rolstoel met een wheely over een trap en zelfs liggend op je buik. Het is mooi als een speelplek alle drie manieren aanbiedt. Balanceren kan zowel hoog boven de grond als laag bij de grond.

Algemeen

Balanceren is spelen met je evenwicht. Dat kan lopend over een balk, schuivend op je billen over een bruggetje zonder leuning, in een rolstoel met een wheely over een trap en zelfs liggend op je buik. Het is mooi als een speelplek alle drie manieren aanbiedt. Balanceren kan zowel hoog boven de grond als laag bij de grond.

Plaatsing

  • Plaats de speelelementen waar bezoekers kunnen balanceren op een gedeeltelijk berijdbare ondergrond.

  • Goed geplaatste paaltjes naast een evenwichtsbalk geven kinderen die dat nodig hebben net genoeg steun om ook over de balk te lopen. Plaats de paaltjes om de 750mm – 1000mm. Zo kunnen kinderen overpakken

Variatie

  • Laat bezoekers zelf ontdekken wat kan en leuk is. Bied vooral veel variatie:

  • stapstenen

  • evenwichtsbalken op verschillende hoogtes en breedtes; op de grond, een paar centimeter boven de grond en spannend hoog

  • wiebelbruggen laag bij de grond en hoger

  • bruggen met en zonder leuning

  • lijnen op de grond waarover je kunt lopen of rijden

  • waterbed >Zie ook: (Air)springkussens, waterbedden en trampolines

Wippen

Naast een schommel is een wip één van de meest voorkomende elementen op een speelplek. Het mooie van een echte wip is dat deze vooral samen te gebruiken is.

Kon je vroeger alleen zittend wippen, tegenwoordig zijn er wipwaps waar je liggend, zittend, staand en zelfs in je rolstoel mee kunt spelen. Deze variatie in wipwaps maakt dat meer kinderen ermee kunnen spelen. Zorg daarbij wel dat toestellen niet exclusief zijn. Sommige speelplekken plaatsen een rolstoelwip en verbieden kinderen die niet in een rolstoel zitten om ermee te spelen. Dat is een gemiste kans. Rolstoelwippen lenen zich juist geweldig voor samenspel. Je kunt er heerlijk met drie of meer kinderen mee spelen en ze zijn ook heel leuk als brug over een greppel of sloot met water of in een skelterparcours.

Scharnierende wipwap

De traditionele wipwap bestaat uit een lange balk die in het midden scharnierend is opgehangen. Aan beide zijden bevindt zich een zitplaats. Voor deze soort wipwaps is het volgende vanuit toegankelijkheid en samenspeelwaarde van belang:

  • De wipwap biedt steun voor handen, voeten en rug.

  • Het is mogelijk achter het kind te zitten, zodat ook kinderen met een verminderde rompbalans kunnen wippen.

  • Voor kinderen die geen gevoel in hun benen hebben, is het heel belangrijk dat benen en voeten niet onder de wip terecht kunnen komen en dat ze hun benen kunnen zien.

  • De wipwap heeft in het scharnier een rem, zodat de wip niet hard op de grond kan bonken.

Verende wipwap

Veel moderne wipwaps hebben geen scharnier maar veren.

  • Ook bij deze wipwaps is het belangrijk dat de wipwap voldoende steun biedt aan handen, voeten en rug.

  • Voor kinderen in een rolstoel die zelfstandig uit hun rolstoel kunnen, is het fijn als:

Veerelementen

Veerelementen zijn er in alle soorten en maten. Het zijn speelelementen voor één of meerdere kinderen.

Planning

  • Veerelementen zijn vaak voor één kind. Plaats deze elementen daarom bij elkaar, het liefst in een (halve) cirkel zodat kinderen tijdens het veren contact met elkaar kunnen hebben.

  • Veerelementen zijn meestal bedoeld voor jonge kinderen. Oudere kinderen met een verstandelijke beperking vinden veerelementen vaak ook heel leuk. Plaats bij een groepje veerelementen voor jonge kinderen één ruimer exemplaar. Ook leuk voor een begeleider.

Keuze

  • Kies veerelementen die steun geven aan voeten, handen en rug. Zo is het voor kinderen die niet goed zelfstandig kunnen zitten toch mogelijk om te veren.

  • Veerelementen voor meerdere personen hebben vaak een vlak stuk in het midden. Hoe groter dat vlakke stuk hoe beter het te gebruiken is voor een kind om er op te liggen, te zitten of te staan.

  • Veerelementen hebben vaak de vorm van een vervoermiddel of een dier. Zorg dat de vorm de sfeer van de speelplek versterkt. Dat kan kinderen met een verstandelijke beperking helpen bij fantasiespel. Is de speelplek bij een boerderij, kies dan voor veerelementen met dieren. Is de speelplek vlakbij het spoor, kies dan voor de vorm van een trein.

(Air)springkussens, waterbedden en trampolines

(Air)springkussens en waterbedden zijn speelelementen waar veel kinderen tegelijk en samen kunnen spelen. Voor kinderen met een minder goede balans kunnen deze speelelementen best spannend zijn.

Plaatsing

  • Zorg dat het springkussen/waterbed/trampoline via een goed berijdbaar en zichtbaar pad te bereiken  is.

  • Zorg dat er een bank in de buurt is van waaraf je goed zicht hebt op de springende kinderen. Ouders/begeleiders kunnen hier hun kind in de gaten houden. En bezoekers kunnen er zitten om hun schoenen uit te doen, even te kijken naar het spel of uit te rusten. >Zie ook: Verblijven/zitten

Ondergrond

  • Het is fijn als de vrije valruimte rondom het springkussen/waterbed/trampoline berijdbaar is. Kies voor rubber of kunstgras en niet voor zand. Zo kunnen kinderen met een rolstoel, rollator of buggy dichtbij komen en zoveel mogelijk zelf de transfer maken. >Zie ook: Ondergronden

  • Let op dat de rolstoel, rollator of buggy geen obstakel of gevaar vormt voor de andere springende kinderen.

Springkussen

  • Kinderen die op een springkussen spelen beïnvloeden elkaar. Dat is leuk maar kan ook onveilig zijn.

  • Toezicht is nodig. Ouders/begeleiders en eventuele medewerkers moeten alert zijn en ingrijpen als het spel gevaarlijk wordt.

  • Springkussens waarbij kinderen zelf een route volgen zijn niet geschikt voor kinderen die niet zelfstandig kunnen kruipen of niet zoveel energie hebben.

Waterbed

Een waterbed is heerlijk om op te liggen, te lopen, te stoeien en te vallen. Waterbedden bieden verkoeling in de zomer. Het zijn fijne chillplekken>Zie ook: Verblijven/chillen

  • Kies als het kan een ruim waterbed van minimaal 3000mm x 2000mm. Zo is er plek voor minstens één rolstoel en een groepje andere kinderen.

  • Het is mogelijk om met een (elektrische) rolstoel op een waterbed te rijden en te wiebelen. Met een gewone rolstoel kun je zelfs veilig omvallen. Dat laatste (omvallen) geldt niet voor een elektrische rolstoel, die is te zwaar om weer rechtop te zetten.

  • Ouders/begeleiders en eventuele medewerkers moeten wel alert blijven en ingrijpen als het spel gevaarlijk wordt

Trampoline

Er zijn trampolines in de handel die bespeelbaar zijn met een rolstoel, rollator of buggy en trampolines waar je alleen zittend, liggend of staand op kunt spelen.

  • Bespeelbaar met hulpmiddel: Deze trampoline is door iedereen te gebruiken, ook door bezoekers zonder een rolstoel, rollator of buggy. Deze trampoline moet worden ingegraven, zodat bezoekers direct vanaf de valondergrond de trampoline op kunnen stappen of rijden. Bezoekers met een rolstoel hebben daar bijna altijd hulp bij nodig.

  • Zittend, liggend of staand bespeelbaar: Deze trampolines zijn soms ingegraven of hebben een veiligheidsnet. Trampolines met een veiligheidsnet hebben vaak een hoge instap. Plaats een trapje met steun, zodat bezoekers gemakkelijk op de trampoline kunnen en er weer uit (al dan niet met hulp).

Afweging

Springen op een waterbed heeft minder invloed op de andere gebruikers dan springen op een springkussen of trampoline. Bij een springkussen kun je een ander kind lanceren, bij een waterbed kan dat niet.

Kabelbanen

Op het eerste gezicht lijkt een kabelbaan een speelobject voor oudere, mobiele kinderen. In de praktijk blijkt dat de kabelbaan, mits goed aangelegd, heel geschikt is voor samen spelen!

Of een kabelbaan geschikt is voor om samen te spelen hangt af van: bereikbaarheid, mogelijkheid om te zitten, begeleiding en veiligheid.

Bereikbaarheid

De start van kabelbanen is er in twee varianten: start vanaf een platform (al dan niet op een heuvel) en start vanaf een heuvel.

  • Start vanaf platform:

  • Start vanaf heuvel:

    • Zorg voor een goed berijdbare route. >Zie ook: Hellingen

    • Let erop dat er voldoende ruimte is voor een begeleider om het kind te helpen bij het gaan zitten op het kabelbaanstoeltje.

Mogelijkheid om te zitten

  • Maak het zitvlak van het zitje zo breed mogelijk.

  • Zorg dat het stoeltje niet te laag hangt. De benen van kinderen met weinig of geen gevoel in hun benen mogen niet over de grond slepen.

  • Zorg dat de kabel waaraan het kind zich vasthoudt voldoende grip biedt. >Zie ook: Gripdiameter

Begeleiding

Een angstig kind of een kind dat (nog) niet zelfstandig zit, heeft bij het zweven begeleiding nodig. Het is fijn als de begeleider gemakkelijk met het kind kan mee rennen. Los zand is dan niet fijn, gras of een andere stevige ondergrond zoals een rubber pad verdient de voorkeur. >Zie ook: Ondergronden

Veiligheid

  • Maak een afscherming rond de kabelbaan, zodat je er niet zomaar tegen aan kunt lopen. Bijvoorbeeld een laag beukenhaagje, een hek of een vlechtheg.

  • Geef de palen van de kabelbaan een goed contrasterende kleur en bind een belletje aan het zitje. Zo kan een kind dat weinig of niets ziet de kabelbaan vinden.

Spelen met een bal

Spelen en sporten met de bal kan op veel speelplekken. Het is fijn als iedereen die dat wil kan meedoen met het balspel.

Locatie

  • Plaats  sportveldjes zo dat rondvliegende ballen het spel van andere kinderen niet hindert.

  • Zorg dat ballen niet gemakkelijk van het veld afvliegen.

Ondergrond en toegang

  • Zorg voor goed berijdbare ondergronden. >Zie ook: Ondergronden

  • Zorg dat het pad zonder drempel aansluit op de ondergrond van het sportveld

  • Zorg dat bij een omheind sportveld of pannaveld de toegang breed genoeg en drempelvrij is. (lager dan 20mm en breder dan 900mm) zodat een bezoeker in een rolstoel ook het veld op kan.

Inrichting

  • Richt sportveldjes multifunctioneel in, en dus niet alleen met voetballijnen. Help gebruikers ook andere meer coöperatieve balspelen te spelen zodat meer kinderen mee kunnen doen.

  • Zorg dat goaltjes robuust zijn en tegen een stoot van bijvoorbeeld een elektrische rolstoel kunnen.

  • Plaats zitelementen bij het veld. Zorg dat ook een bezoeker in een rolstoel kan aanschuiven. De afmetingen van de zitplek: 1200mm breed en 900mm diep.

  • Plaats een drinkwatertappunt, dat goed zichtbaar en bereikbaar is voor iedereen.

Afweging

De afmetingen voor een drempelvrije sportplek zijn soms lastig toe te passen, omdat bij een brede doorgang ook fietsen en scooters het veld op kunnen. Als dit een probleem is, overleg met de gebruikers en zoek samen een oplossing.

Schoolplein

De meeste maatregelen die het samen spelen, leren en ontmoeten op speelplekken bevorderen zijn ook goed  toe te passen op schoolpleinen. Om van een gewoon schoolplein ook tijdens schooltijd een samenspeelplein te maken voor álle kinderen, kunnen een paar speciale extra aanpassingen net het verschil maken.

Instructielokaal zonder dak

Een instructielokaal zonder dak is een plek op het schoolplein waar een klas of een groep een les kan volgen in de buitenlucht.

Locatie

  • Plaats de instructieplek aan de rand van het schoolplein in de hoek voor rustig spel. >Zie ook: Zone-indeling

  • Zorg dat de plek goed vindbaar, zichtbaar en toegankelijk is voor iedereen.

  • Zorg dat de plek schaduw heeft en (enigszins) beschut is tegen regen en wind.

Inrichting

  • Zorg dat er zitplekken zijn voor een groep van 20-30 kinderen en meerdere leerkrachten waarvan ook een leerkracht met rolstoel. >Zie ook: Afmeting staplek rolstoel/scootmobiel

  • Maak een paar goed toegankelijke zitplekken (waaronder één voor de leerkrachten) die een rugleuning hebben.

  • Zorg dat er ruimte is voor kinderen in een rolstoel of met rollator om aan te schuiven.

  • Maak de opstelling zodanig dat kinderen elkaar en de leerkacht(en) goed kunnen zien én horen. Een cirkelopstelling is daarvoor heel geschikt. Let ook op akoestiek en voldoende licht. >Zie ook: Verblijven/amfitheater

Ons schoolplein heeft een tafel waar ook een rolstoeler kan aanschuiven. Weet je wat we ontdekten? Ook de kinderen zonder rolstoel gebruiken graag die plek."

Zachte overgang binnen-buiten

Voor kinderen die moeite hebben met veranderingen en sterke prikkels is de overgang van ‘binnen les krijgen’ naar ‘buiten spelen’ vaak heel prikkelrijk. Ze hebben even tijd nodig om zich in te stellen op de nieuwe situatie.

Bij veel scholen is de toegang van het schoolgebouw naar het plein heel kaal. Een kind stapt naar buiten en staat direct op het plein. Creëer voor deze kinderen een fijne zitplek dicht bij de deur. Zo wordt de overgang tussen binnen – buiten minder abrupt en kunnen kinderen rustig de tijd nemen om te wennen.

Locatie

Maak de zachte overgang dichtbij alle deuren waardoor kinderen het plein op komen. De beste plek is direct naast de deur.

Inrichting

Maak van de zitplek een fijne chillplek waar iedereen gezien wil worden. Kies bijvoorbeeld voor een stoere bank, kleed de plek aan met planten, maak een mooie muurschildering, schilder een spel op de bank etc.

“Mijn dochter is heel slechtziend. Ze gaat gewoon naar de school in de wijk. Ze gaat al altijd als laatste naar buiten maar dan nog botsen kinderen tegen haar op en rent iedereen door elkaar.”

Top 3 speeltoestellen (keuzehulp)

Er zijn zoveel verschillende speeltoestellen. Hoe maak je een goede keuze? Een keuze voor speeltoestellen die ontmoeting en samen spelen bevorderen, ook als kinderen elkaar (nog) niet kennen? Let wel, het gaat hier om speeltoestellen. Dus niet over losse materialen of speelaanleidingen.

Drie factoren om rekening mee te houden

  • Kans op spontane ontmoeting: kinderen die elkaar niet kennen zullen niet gemakkelijk spontaan samen gaan spelen. Een speeltoestel dat leuker is met meer kinderen vergroot de kans op spontane ontmoeting en samenspel.

  • Speelwaarde voor iedereen: een speeltoestel dat toegankelijk en bespeelbaar is voor iedereen vergroot de kans op spontane ontmoeting én samen spel.

  • Kans op ontstaan fantasiespel: een speeltoestel dat direct speelplezier biedt en kinderen stimuleert om zelf spel te ontwikkelen biedt kansen op langer samen spel.

Speeltoestellen die scoren op alle drie factoren

  • Voor iedereen toegankelijk en bespeelbaar waterspel.

  • Voor iedereen toegankelijk en bespeelbaar zandspel.

  • Voor iedereen toegankelijk combinatietoestel in een herkenbare vorm (boot, kasteel etc.) met een ruim, toegankelijk huisje op de begane grond en bijvoorbeeld een praatpaal die beneden en boven met elkaar verbindt. Louter motorisch spel, rijden, klimmen en klauteren, kan hier uitgroeien tot winkeltje, vader-en-moedertje, dief-en-boef etc. waar iedereen aan mee kan doen.

Speeltoestellen die scoren op 100% speelwaarde voor iedereen

(maar niet direct op de andere twee factoren)

  • Draaimolen waar ook een kind in rolstoel op kan.

  • Vogelnestschommel.

  • Waterbed.

Bij deze speeltoestellen kan spontaan samen spel ontstaan, maar vaak alleen bij kinderen die elkaar al kennen.

  • Uiteraard kan een ouder/begeleider of ander kind kinderen helpen om met elkaar in contact te komen en te spelen. Als dat gebeurt, versterken deze speeltoestellen het contact en het samen spelen.

  • Kinderen gaan geen uren draaien, glijden of schommelen. Het is van belang dat de inrichting van de speelplek zo is dat kinderen – na het samen glijden, schommelen en draaien – ook mee kunnen blijven doen met het fantasiespel dat ontstaat.