Naar de hoofdinhoud
richtlijnen

De basis. Inrichting en ontwerp van een samenspeelplek

Kennismaken

De richtlijnen in één beknopt overzicht

Alle kinderen spelen. En vrijwel alle kinderen willen graag samen met anderen kinderen spelen. Voor sommige kinderen moeten we iets extra's doen om ervoor te zorgen dat ze gewoon mee kunnen spelen. Ga jij als gemeente of speeltuin aan de slag met het aanpassen van een speelplek of activiteit? De beknopte flyer 'Zó maak je buitenspelen mogelijk voor elk kind' laat zien welke mogelijkheden er zijn:

Kinderen met een beperking

Naar schatting hebben zo'n 2,2 miljoen mensen in Nederland een beperking. Daarvan zijn er ongeveer 120.000 jonger dan 18 jaar. Bijna 60% van de kinderen heeft een verstandelijke beperking, een kwart is lichamelijk beperkt en een kwart heeft een zintuiglijke beperking. Bij ca. 10% van de kinderen is sprake van een meervoudige handicap. Dit is een ruwe schatting. Precieze cijfers zijn er niet. Niet alle handicaps worden geregistreerd. Sommige kinderen hebben meerdere handicaps en er zijn kinderen die door ziekte een tijdelijke handicap hebben.

De groep die baat heeft bij een toegankelijke speelplek is natuurlijk veel groter. Want ook (groot)ouders met een beperking willen graag samen met hun (klein)kinderen naar de speeltuin of een speelplek in de buurt. 

Waarom samen spelen fijn en belangrijk is

Spelen is van levensbelang voor alle kinderen. Als kinderen de kans krijgen, spelen ze altijd en overal. En vooral: samen met andere kinderen. Niet alle kinderen krijgen die kans. Voor kinderen met een beperking bijvoorbeeld is samen spelen niet altijd vanzelfsprekend. 

Spelen is leven

Via hun spel leren kinderen zichzelf en de wereld kennen. Spelend verwerken ze ervaringen, leren ze omgaan met anderen, verleggen ze hun grenzen en ontwikkelen ze hun talenten. Dagelijks vrij kunnen spelen is een basisvoorwaarde om gezond op te groeien. 

Samen spelen is samen leven

Voor kinderen met een beperking is het extra belangrijk om zich spelend te kunnen ontwikkelen, zelfvertrouwen te krijgen en vriendschappen op te bouwen met leeftijdgenootjes in de buurt. Door van jongs af aan samen te spelen, leren kinderen met en zonder handicap dat het volstrekt vanzelfsprekend is dat iedereen gewoon meedoet. Samen spelen vormt de basis voor samen leven.

Samen spelen is samen leven
Samen spelen is samen leven

Waarom samen spelen niet vanzelfsprekend is

Kinderen die samen willen spelen, stuiten op fysieke en sociale drempels. Hetzelfde geldt voor ouders met een beperking die met hun kinderen naar een speelplek willen.

Fysieke barrières

Veel speelplekken zijn nog niet goed toegankelijk. Het toegangshek is te smal, paden zijn niet goed begaanbaar voor rollend materieel, de speeltoestellen zijn niet bereikbaar en niet bespeelbaar voor kinderen die bijvoorbeeld in een rolstoel zitten of niet goed kunnen klimmen. Dat geldt voor openbare speelplekken, maar ook voor speeltuinen en speelplekken bij bijvoorbeeld scholen, kinderopvanglocaties en recreatievoorzieningen.

Kinderen met een handicap zijn vaak nog niet in beeld. Er is geen verplichte regelgeving; participatie van kinderen met een beperking bij de aanleg van speelplekken is zelden aan de orde.

"Ik kan niet in de buurt spelen. Ik kan sowieso moeilijk in de speeltuin komen door alle stoepranden. Als ik er dan ben, kan ik maar bij één schommel spelen. Maar daar zijn te veel kinderen, dus dat is gevaarlijk." Robin uit Badhoevedorp

Sociale barrières

Opvoeders en zorgverleners stellen zich vaak (te) beschermend op jegens de kinderen met een handicap. Zij zien het kind in de eerste plaats als patiënt en vergeten dat ook een kind met een beperking gewoon een kind is dat met andere kinderen wil – en moet - spelen.

Ook ‘onbekend maakt onbemind’ speelt een rol. Kinderen met en zonder handicap groeien veelal gescheiden op. Ze leren elkaar niet kennen, laat staan dat ze bevriend raken. Vooroordelen bij niet-gehandicapte kinderen en hun ouders liggen dan op de loer.

Andersom blijkt het voor gehandicapte kinderen en hun ouders vaak een (te) grote stap te zijn om naar een gewone speelplek te gaan. Vooral de ouders zijn bang dat het kind zal worden aangestaard, niet wordt geaccepteerd, wordt buitengesloten en negatieve ervaringen opdoet.

Gebrek aan kennis

Een derde hindernis is dat kennis over samen spelen ontbreekt en/of moeilijk te vinden is. Dit geldt voor praktische informatie, zoals over de locatie van bestaande samenspeelplekken en over inrichtingseisen voor nieuwe speelplekken. Maar ook bredere kennis over de betekenis en het belang van samen spelen schiet bij veel mensen tekort.

Welkom, bereikbaar, bespeelbaar

Om samen spelen mogelijk te maken, moet een speelplek aan drie voorwaarden voldoen: iedereen voelt zich er welkom, kinderen kunnen bij de speelaanleidingen komen en ze kunnen ook daadwerkelijk meespelen.

De 100-70-50-regel

Een speelplek waar kinderen met en zonder handicap elkaar kunnen ontmoeten én samen spelen is een speelplek waar:

Een speelplek die aan de voorwaarden 100-70-50 voldoet noemen we een samenspeelplek. Er staat niet: 100-100-100!? Op samenspeelplekken zoeken we – net als op alle speelplekken – de balans tussen veiligheid en uitdaging. Die balans is voor ieder kind anders. 100% toegankelijk voor iedereen is niet mogelijk én niet wenselijk. 100% welkom is wel mogelijk én noodzakelijk.

100% welkom

Een speelplek waar bezoekers zich 100% welkom voelen is een speelplek waar je je thuis voelt en graag komt. 100% welkom is het hart van samen spelen!

“Als ik met mijn kind op een speelplek kom die goed toegankelijk is, maar waar mijn kind wordt gepest, kom ik er nooit meer terug. Kom ik op een plek die niet zo toegankelijk is, maar waar we ons welkom voelen, dan komen we terug. Op zo’n plek wil iedereen dat mijn kind mee kan spelen en dat gebeurt dan ook.”

Factoren die van invloed zijn op 100% welkom

De inrichting en uitstraling van de fysieke omgeving, het gedrag van de bezoekers en de uitstraling en opzet van alle communicatiemiddelen als website, folders etc. Kortom, ja, dus alles! 100% welkom bereik je alleen als je de samenspeelbril altijd op hebt.

Kijken door de samenspeelbril

Hoe kun je weten of een speelplek een samenspeelplek is? Kijk door de ‘samenspeelbril’ naar de speelplek of zet de ‘samenspeelbril’ op als je een nieuwe speelplek gaat ontwerpen.

De Samenspeelbril
De Samenspeelbril

De samenspeelbril heeft twee verschillende glazen.

  • Door het ene glas zie je de speelomgeving: de technische, fysieke kant van spelen. Het speellandschap, de speeltoestellen en de speelaanleidingen.

  • Door het andere glas zie je de speelcultuur: de sociale kant van spelen. De sfeer, de spelers, het spel.

Als je door beide glazen tegelijk kijkt, zie je de samenspeelkansen en belemmeringen van een speelplek.

Speelomgeving en speelcultuur

Het gaat bij samen spelen dus om de omgeving én de cultuur.

Speelomgeving

De speelomgeving is de fysieke, tastbare omgeving waar je kunt spelen. De term toegankelijke speelomgeving of inclusieve speelomgeving heeft wat meer uitleg nodig. Maar iedereen begrijpt dat het gaat om een omgeving die ook toegankelijk is voor mensen met een handicap. Zoals een toegankelijk station.

Speelcultuur

De termen speelcultuur, samenspeelcultuur of inclusieve speelcultuur zijn nog heel nieuw. Er bestaat nog geen eenduidige definitie voor. Toch heeft bijna iedereen direct een beeld bij het begrip samenspeelcultuur. Het heeft te maken met sfeer en omgangsvormen.

Een woordwolk van belangrijke samenspeeltermen

Speelcultuur gaat over hoe bezoekers van een speelplek (kinderen én volwassenen) met elkaar omgaan en hoe ze samen bepalen: ‘Dit is de sfeer die wij willen, zo doen wij dat hier’. Om van een speelplek een samenspeelplek te maken is het van belang samen met de bezoekers het gesprek aan te gaan over de gewenste speelcultuur.

Geschreven en ongeschreven speelregels

De speelregels van Speeltuinvereniging Kindervreugd in Willemstad
De speelregels van Speeltuinvereniging Kindervreugd in Willemstad

Op sommige speeltuinen zijn de speelregels opgeschreven en zichtbaar voor iedereen. Bij andere speeltuinen zijn de speelregels niet direct zichtbaar maar spreken bezoekers elkaar er op aan als het niet gaat ‘zoals we het hier doen’.

Werken aan een samenspeelcultuur

Dit is de essentie van samen spelen: werken aan een cultuur waarin samen spelen vanzelf spreekt. Dat is een zoektocht, ook voor ons. Wel kunnen we een aantal elementen van die zoektocht benoemen:

  • Doe het samen. Samen met de kinderen, de ouders, de vrijwilligers.

  • Leer kijken door de samenspeelbril. Steeds opnieuw.

  • Praat met elkaar over de waarden die je wilt uitdragen. Maak ze expliciet, spreek ze uit, schrijf ze op, leef ze voor.

  • Zorg voor een open sfeer waarin je elkaar kunt aanspreken. Reflecteer op situaties, bespreek samen wat er goed ging en wat beter kan.

  • Realiseer je dat je opbokst tegen een samenleving waarin polarisatie de norm lijkt te zijn. Maar bedenk ook dat de meeste mensen van goede wil zijn.

  • Laat je inspireren door de pedagogiek van de hoop

  • Houd vol.

Meer weten hoe jouw speelplek ervoor staat? Doe de Samenspeelcheck

Veiligheid

Welke voorwaarden zijn nodig om kinderen met en zonder handicap veilig samen te laten spelen? Kinderen en volwassen bekijken dat op verschillende manieren. Het is van belang beide manieren mee te nemen.

Veilig gevoel voor kinderen

Tip

 Als het hele gebied door het kind als ‘veilig’ wordt ervaren, wordt het kind niet meer uitgedaagd en verliest het terrein veel van zijn speelwaarde.

Op een speelplek voel je je veilig én kun je je grenzen verleggen. Je kunt er dus situaties opzoeken of creëren die je uitdagen omdat ze net wat minder veilig voelen.

Om je veilig te voelen heb je comfort nodig: ordening, overzicht, uniformiteit, vertrouwdheid, voorspelbaarheid. Om je te ontwikkelen heb je uitdaging nodig: chaos, variatie, nieuwe en verrassende dingen. Ontwerpers en beheerders moeten die balans zoeken voor alle kinderen.

Veilige en toch uitdagende speelplekken
Veilige en toch uitdagende speelplekken

Veilig gevoel ouders/begeleiders

Terwijl je kind welgemoed op ontdekkingstocht gaat, weet je als volwassene al wat er allemaal mis zou kunnen gaan. Je wil graag dat je kind vrijuit kan spelen, maar je wilt het ook beschermen. Het is de kunst om hierin een balans te vinden.

Bij sommige kinderen kan het echt spannend zijn: een kind met ADHD zit in een mum van tijd boven in een boom. Er zijn kinderen die de neiging hebben om weg te lopen, of die snel ruzie krijgen, botsen, verdwalen, vallen. Het helpt om de speelplek zo in te richten dat ouders niet de hele tijd alert hoeven te zijn. Denk hierbij aan:

  • Informatie over de plaatsen op de speelplek met een verhoogd risico: water, struingebied, hoge toren, openstaande poorten etc.

  • Aandacht van herkenbare medewerkers die betrokken zijn bij het wel en wee van de spelende kinderen.

  • Heldere structuur en zonering: zichtlijn(en) vanaf een centraal punt (bijvoorbeeld vanaf het terras); strategisch geplaatste bankjes.

  • Afscherming van echt gevaarlijke plekken als open water; omheining van (een deel van) het speelterrein; poorten die bezoekers zelf dicht kunnen doen als dat nodig is.

>Zie ook: Ingang

>Zie ook: Omheining

>Zie ook: Zonering

>Zie ook: Hoofdpaden

Veiligheid voor beheerders

Beheerders hebben te maken met wettelijke voorschriften voor de veiligheid van speeltoestellen. Die zijn vastgelegd in het WAS en de NEN-richtlijnen. De NEN-richtlijnen gaan uit van leeftijdscategorieën en gaan over de vormgeving, ondergrond en plaatsing van speeltoestellen.

WAS en NEN houden geen rekening met kinderen met specifieke handicaps. Ook als de speeltoestellen aan alle richtlijnen voldoen, wil dat nog niet zeggen dat alles veilig is voor kinderen met een handicap. Een schommel bijvoorbeeld kan volgens alle richtlijnen veilig zijn, terwijl een kind met een visuele beperking er zo tegenaan loopt, omdat de schommel niet is afgeschermd of goed zichtbaar is gemaakt.

>Zie ook: Wetten en regels

Van speelplek naar samenspeelplek

Stappenplan

Wil je een speelplek veranderen in een samenspeelplek of een nieuwe samenspeelplek realiseren? Daarvoor zijn verschillende tools in ontwikkeling. Een algemeen stappenplan voor het opzetten of verbeteren van een speeltuin vind je bij Jantje Beton.

Stappenplan op de website van Jantje Beton
Stappenplan op de website van Jantje Beton
Behoefte aan een stappenplan? Stappenplan Jantje Beton

Wetten en regels

Er is in Nederland geen wettelijke verplichting om speelplekken toegankelijk te maken. Wel heeft Nederland het VN-Kinderrechtenverdrag en het VN-Verdrag voor Rechten van Mensen met een Handicap ondertekend. Daarin staat onder meer dat kinderen met een handicap - net als nadere kinderen - recht hebben om te spelen. Elke gemeente moet in een zogenoemde Lokale Inclusie Agenda (LIA) aangeven hoe ze daar uitvoering aan geeft.

De volledige tekst van het VN-Verdrag Handicap lees je hier VN-Verdrag Handicap

Wetgeving die invloed heeft op spelen en speelplekken

Wel is er wetgeving over veiligheid van speeltoestellen en zijn er richtlijnen voor toegankelijkheid. Het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) regelt de veiligheid van speeltoestellen. Het heeft o.a. betrekking op het ontwerp- en fabricageproces, de keuring voor de ingebruikname, veiligheidsinstructies, het bijhouden van een logboek of actueel dossier en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden. Ook de Jeugdwet en de Omgevingswet zijn relevant als het over spelen gaat.

Het WAS regelt de veiligheid van speeltoestellen Naar het WAS

NEN 1814

Toegankelijkheid is een thema in de zogenaamde Normbladen over Toegankelijkheid van buitenruimten, gebouwen en woningen: NEN 1814 (Preview). Dit is een norm, geen wet. Normen zijn afspraken die marktpartijen vrijwillig met elkaar maken over de kwaliteit en veiligheid van hun producten, diensten en processen. Deze norm geeft eisen voor algemeen toepasbare toegankelijkheidsprestaties om te voorzien in de toegankelijkheidsbehoefte van mensen, al dan niet met persoonsgebonden hulpmiddelen zoals een rolstoel of taststok, maar ook een kinderwagen of een koffer.

Jeugdwet

De Jeugdwet verplicht gemeentes onder andere om beleid te ontwikkelen inzake preventie. Artikel 2.1 sub b. omschrijft dit met: 'Het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen.'

Duidelijke taal

Deze omschrijving is niet heel helder. De Memorie van Toelichting is een stuk duidelijker:
Paragraaf 1.3 (blz 6 onderaan!) stelt: '... Een kindvriendelijke fysieke omgeving die jeugd stimuleert om meer te bewegen en vrijuit te spelen maakt hier deel van uit (speeltuinen, trapveldjes). …' De terminologie gaat over 'alle' kinderen en is dus 'inclusief'. Geen mitsen en maren hier.

Omgevingswet

De Omgevingswet is in 2024 ingevoerd. De wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Eén van de voordelen zou zijn dat het voor burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven gemakkelijker wordt om met plannen te komen en zo invloed te hebben op hun omgeving. Deze partijen moeten dan met elkaar onderhandelen en ‘er samen uit te komen’. De overheid krijgt vooral een regisserende rol. Dat betekent dat belangenbehartiging voor spelen en dus ook samen spelen (zoals bedoeld in het SamenSpeelAkkoord) op lokaal niveau nog belangrijker wordt.

Gemeentelijk (samen)speelbeleid

De meeste gemeenten hebben speelbeleid vastgesteld. Goed speelbeleid is opgesteld vanuit een visie op spelen, heeft fysieke en sociale doelstellingen, is integraal en wordt gedragen en uitgevoerd door zowel de gemeente als organisaties en bewoners.

Hoe komt speelbeleid tot stand

Speelbeleid

Veel gemeentes hebben speelbeleid vastgesteld. Vaak is het een document om het beheer van (openbare) speelplekken goed te kunnen plannen en organiseren. In zulke documenten is lang niet altijd een visie op spelen te vinden. En dat is best gek.

Speelvisie

Een terechte vraag is namelijk: waarom hebben gemeentes eigenlijk speelplekken? Antwoorden op die vraag zullen altijd gaan over het belang van spelen voor kinderen. In die antwoorden schemert ook altijd een visie op spelen door:

  • Visie bespreken: Het is van belang die visie uit te spreken en te bespreken met zowel interne als externe partijen. Intern in de gemeente (sociaal domein, onderwijs, WMO) en extern met organisaties en professionals die in verbinding staan met ouders en kinderen. Denk aan scholen, zorgverleners (kinderfysiotherapeuten, artsen), sportclubs, ouders, speeltuinen, het lokale gehandicaptenplatform en natuurlijk de kinderen zelf.

  • Doelstellingen: Zo kom je tot een gezamenlijke visie op spelen, verbinding met andere beleidsterreinen en vervolgens tot doelstellingen. Zulke doelstellingen kunnen gaan over het aantal speelplekken, maar ook over de meerwaarde van zulke plekken in het leven van kinderen: bewegen, ontmoeten, vaardigheden leren en natuurlijk samen spelen!

  • Uitvoering: De volgende stap is een uitvoeringsplan. Een plan waarin staat hoe alle betrokkenen samen werken aan samen spelen.

Speelbeleid en de Lokale Inclusie Agenda

Gemeenten zijn verplicht om in een periodiek plan aan te geven hoe zij uitvoering geven aan het VN-Verdrag Handicap. Een zogenoemde Lokale Inclusie Agenda (LIA).

Vrije tijd en spelen zijn onderdeel van de LIA. Als alle gemeenten in Nederland een LIA opstellen én uitvoeren, komt samen spelen dus overal op de agenda.

Routekaart Lokale Inclusie Agenda geeft inzicht in de stappen die genomen moeten worden om tot een inclusieve maatschappij te komen
Routekaart Lokale Inclusie Agenda

Er zijn al veel gemeenten aan de slag met samen spelen. Vind hun SamenSpeelBeloftes hier:

SamenSpeelBeloftes Ons netwerk
Woordenlijst
  • Samenspeelplekken

    Een speelplek waar kinderen met en zonder handicap elkaar kunnen ontmoeten én samen spelen is een speelplek waar: iedereen 100% welkom is, 70% van de speelaanleidingen bereikbaar is voor iedereen, 50% van de speelaanleidingen bespeelbaar is voor ieder kind en gericht is op het stimuleren van ontmoeting en samen spelen.
    Een speelplek die aan de voorwaarden 100-70-50 voldoet noemen we een samenspeelplek.

  • Speelcultuur

    Speelcultuur gaat over hoe bezoekers van een speelplek (kinderen én volwassenen) met elkaar omgaan en hoe ze samen bepalen: ‘dit is de sfeer die wij willen, zo doen wij dat hier’. Om van een speelplek een samenspeelplek te maken is het van belang om met de bezoekers het gesprek aan te gaan over de gewenste speelcultuur.

  • Toegankelijkheid

    Het begrip toegankelijkheid heeft tegenwoordig een brede invulling. Bij speelplekken gaat er niet alleen om of een kind toegang heeft tot de speelplek en de gebouwen (toilet, kantine, clubhuis), maar ook of de speelplek bereikbaar en bespeelbaar is.